Artikel 3:32/3, WVV
Art. 3:32/3. [1 § 1. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie bedoeld in artikel 3:32/2 omvat:
1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep, met inbegrip van:
a) de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep ten aanzien van risico's in verband met duurzaamheidskwesties;
b) de kansen voor de groep op het gebied van duurzaamheidskwesties;
c) de plannen van de groep, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie, met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C in overeenstemming met de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering op 12 december 2015 aangenomen Overeenkomst van Parijs en met de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwet") en, in voorkomend geval, de blootstelling van de groep aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten;
d) de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de groep rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden bij de groep en met de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties;
e) de wijze waarop de strategie van de groep ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;
2° een beschrijving van de door de groep vastgestelde tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de groep heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de groep gebaseerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;
3° een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;
4° een beschrijving van het beleid van de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties;
5° informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;
6° een beschrijving van de door de groep toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Europese Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;
7° een beschrijving van de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de groep, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen, welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten en van andere negatieve effecten die de moedervennootschap op grond van andere vereisten van de Europese Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;
8° een beschrijving van alle door de groep genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, te verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;
9° een beschrijving van de voornaamste risico's voor de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de voornaamste afhankelijkheden van de groep met betrekking tot die kwesties, en hoe de groep die risico's beheert;
10° de indicatoren die relevant zijn voor de in 1° tot 9° bedoelde informatieverschaffing.
§ 2. In voorkomend geval neemt de moedervennootschap informatie in haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening op over de activiteiten en de waardeketen van de groep, met inbegrip van hun eigen activiteiten, producten en diensten, zakenrelaties en toeleveringsketen.
Aan de vennootschappen en entiteiten die niet onderworpen zijn aan de verplichting van het openbaar maken van duurzaamheidsinformatie maar wel deel uitmaken van de waardeketen als bedoeld in het eerste lid, mag er niet meer informatie worden gevraagd dan wat vereist is in het licht van de Europese standaarden van duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen en wat redelijkerwijs verlangd kan worden van vennootschappen en entiteiten die leveranciers of klanten zijn in de waardeketen van de groep.
§ 3. Waar dit passend wordt geacht, bevat de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen geconsolideerde duurzaamheidsinformatie de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg betreffende de financiële bedragen in de geconsolideerde jaarrekening, alsook de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg over andere informatie die in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen.
§ 4. De moedervennootschap beschrijft het uitgevoerde proces om de informatie in kaart te brengen die zij overeenkomstig artikel 3:32/2 in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen heeft. Deze informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval.
§ 5. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan van de moedervennootschap beslissen om informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld niet op te nemen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, indien de openbaarmaking van die informatie, naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van het bestuursorgaan en met de collectieve verantwoordelijkheid van de leden ervan voor dit standpunt, ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de commerciële positie van de groep, mits het weglaten van deze informatie een getrouw beeld en evenwichtig begrip van de ontwikkeling van de zaken, de resultaten en de positie van de groep evenals van de effecten van haar activiteiten niet in de weg staat.
§ 6. De moedervennootschap vermeldt in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening welke dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van het opnemen van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Stelt de moedervennootschap aanzienlijke verschillen vast tussen de risico's voor of de effecten van de groep en de risico's voor of de effecten van een of meer dochtervennootschappen, verschaft de moedervennootschap, in voorkomend geval, een adequaat inzicht in de risico's voor en de effecten van de betrokken dochtervennootschap of dochtervennootschappen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-12-02/07, art. 30, 024; Inwerkingtreding : 30-12-2024>
1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep, met inbegrip van:
a) de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep ten aanzien van risico's in verband met duurzaamheidskwesties;
b) de kansen voor de groep op het gebied van duurzaamheidskwesties;
c) de plannen van de groep, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie, met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C in overeenstemming met de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering op 12 december 2015 aangenomen Overeenkomst van Parijs en met de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwet") en, in voorkomend geval, de blootstelling van de groep aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten;
d) de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de groep rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden bij de groep en met de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties;
e) de wijze waarop de strategie van de groep ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;
2° een beschrijving van de door de groep vastgestelde tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de groep heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de groep gebaseerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;
3° een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;
4° een beschrijving van het beleid van de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties;
5° informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;
6° een beschrijving van de door de groep toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Europese Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;
7° een beschrijving van de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de groep, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen, welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten en van andere negatieve effecten die de moedervennootschap op grond van andere vereisten van de Europese Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;
8° een beschrijving van alle door de groep genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, te verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;
9° een beschrijving van de voornaamste risico's voor de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de voornaamste afhankelijkheden van de groep met betrekking tot die kwesties, en hoe de groep die risico's beheert;
10° de indicatoren die relevant zijn voor de in 1° tot 9° bedoelde informatieverschaffing.
§ 2. In voorkomend geval neemt de moedervennootschap informatie in haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening op over de activiteiten en de waardeketen van de groep, met inbegrip van hun eigen activiteiten, producten en diensten, zakenrelaties en toeleveringsketen.
Aan de vennootschappen en entiteiten die niet onderworpen zijn aan de verplichting van het openbaar maken van duurzaamheidsinformatie maar wel deel uitmaken van de waardeketen als bedoeld in het eerste lid, mag er niet meer informatie worden gevraagd dan wat vereist is in het licht van de Europese standaarden van duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen en wat redelijkerwijs verlangd kan worden van vennootschappen en entiteiten die leveranciers of klanten zijn in de waardeketen van de groep.
§ 3. Waar dit passend wordt geacht, bevat de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen geconsolideerde duurzaamheidsinformatie de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg betreffende de financiële bedragen in de geconsolideerde jaarrekening, alsook de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg over andere informatie die in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen.
§ 4. De moedervennootschap beschrijft het uitgevoerde proces om de informatie in kaart te brengen die zij overeenkomstig artikel 3:32/2 in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen heeft. Deze informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval.
§ 5. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan van de moedervennootschap beslissen om informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld niet op te nemen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, indien de openbaarmaking van die informatie, naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van het bestuursorgaan en met de collectieve verantwoordelijkheid van de leden ervan voor dit standpunt, ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de commerciële positie van de groep, mits het weglaten van deze informatie een getrouw beeld en evenwichtig begrip van de ontwikkeling van de zaken, de resultaten en de positie van de groep evenals van de effecten van haar activiteiten niet in de weg staat.
§ 6. De moedervennootschap vermeldt in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening welke dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van het opnemen van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening.
Stelt de moedervennootschap aanzienlijke verschillen vast tussen de risico's voor of de effecten van de groep en de risico's voor of de effecten van een of meer dochtervennootschappen, verschaft de moedervennootschap, in voorkomend geval, een adequaat inzicht in de risico's voor en de effecten van de betrokken dochtervennootschap of dochtervennootschappen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-12-02/07, art. 30, 024; Inwerkingtreding : 30-12-2024>
Bron: Justel
