Artikel 9:4, WVV
Art. 9:4. De nietigheid van de vereniging kan alleen in de hiernavolgende gevallen worden uitgesproken:
1° wanneer het aantal geldig verbonden oprichters minder dan twee bedraagt;
2° wanneer de oprichting niet heeft plaatsgehad bij authentieke of onderhandse akte;
3° wanneer de statuten de vermeldingen bedoeld in artikel 2:9, § 2, 2° en 4°, niet bevatten;
4° wanneer het doel of het voorwerp waarvoor zij is opgericht, of haar werkelijk doel of voorwerp, strijdig is met de wet of met de openbare orde;
5° wanneer zij is opgericht met als doel rechtstreekse of onrechtstreekse vermogensvoordelen als bedoeld in artikel 1:4 te verschaffen aan haar leden, haar toegetreden leden, aan de leden van haar bestuursorgaan of aan enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel.
1° wanneer het aantal geldig verbonden oprichters minder dan twee bedraagt;
2° wanneer de oprichting niet heeft plaatsgehad bij authentieke of onderhandse akte;
3° wanneer de statuten de vermeldingen bedoeld in artikel 2:9, § 2, 2° en 4°, niet bevatten;
4° wanneer het doel of het voorwerp waarvoor zij is opgericht, of haar werkelijk doel of voorwerp, strijdig is met de wet of met de openbare orde;
5° wanneer zij is opgericht met als doel rechtstreekse of onrechtstreekse vermogensvoordelen als bedoeld in artikel 1:4 te verschaffen aan haar leden, haar toegetreden leden, aan de leden van haar bestuursorgaan of aan enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel.
Bron: Justel
