Artikel 7:226, WVV
Art. 7:226. § 1. De inpandneming van eigen aandelen of winstbewijzen of van certificaten die betrekking hebben op zodanige aandelen of winstbewijzen door de vennootschap zelf, door een rechtstreeks gecontroleerde dochtervennootschap als bedoeld in artikel 7:221 of door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap of van haar rechtstreekse dochtervennootschap wordt met een verkrijging gelijkgesteld voor de toepassing van de artikelen 7:215, § 1, 7:216, 2°, en 7:220.
Niettegenstaande andersluidende bepaling kunnen noch de vennootschap noch de in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optredende persoon het stemrecht uitoefenen dat is verbonden aan de hun in pand gegeven effecten.
§ 2. Paragraaf 1, eerste lid, is niet van toepassing op verrichtingen in de gewone bedrijfsuitoefening die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die normaal voor soortgelijke verrichtingen worden geëist, van kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.
Niettegenstaande andersluidende bepaling kunnen noch de vennootschap noch de in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap optredende persoon het stemrecht uitoefenen dat is verbonden aan de hun in pand gegeven effecten.
§ 2. Paragraaf 1, eerste lid, is niet van toepassing op verrichtingen in de gewone bedrijfsuitoefening die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die normaal voor soortgelijke verrichtingen worden geëist, van kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.
Bron: Justel
