Artikel I.22, WER
Art. I.22.[1 Voor de toepassing van Boek XVII, Titel 3, gelden de volgende definities:
1° "inbreuk op het mededingingsrecht": een inbreuk op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU") [3 en/of op artikel IV.1, op artikel IV.2 of op artikel IV.2/1]3;
2° "inbreukpleger": de onderneming of de ondernemingsvereniging die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft begaan;
3° "rechtsvordering tot schadevergoeding": een uit hoofde van artikel XVII.72 ingestelde vordering waarbij een schadevordering voor een rechterlijke instantie wordt gebracht door een partij die zich benadeeld acht of door iemand die optreedt namens een of meer partijen die zich benadeeld achten, of door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon op wie de rechten zijn overgegaan van de partij die zich benadeeld acht, daaronder begrepen de persoon die de schadevordering heeft verworven;
4° "schadevordering": een vordering tot vergoeding van de door een inbreuk op het mededingingsrecht ontstane schade;
5° "benadeelde partij": een persoon die schade heeft geleden die is ontstaan door een inbreuk op het mededingingsrecht;
6° "nationale mededingingsautoriteit": de Belgische Mededingingsautoriteit of een andere autoriteit die bevoegd is om de artikelen 101 en 102 VWEU toe te passen, aangewezen door een lidstaat op grond van artikel 35 van de verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels bedoeld in de artikelen 101 en 102 VWEU;
7° "mededingingsautoriteit": de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, of beiden, indien de omstandigheden dit vereisen;
8° "nationale rechterlijke instantie": een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU;
9° [2 beroepsinstantie: het Gerecht van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Europese Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 en/of 102 van het VWEU, of, in voorkomend geval, het Hof van Justitie van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen het arrest van het Gerecht conform artikel 256 van het VWEU of een nationale rechterlijke instantie die bevoegd is kennis te nemen van met de gangbare middelen ingestelde beroepen tegen besluiten van een nationale mededingingsautoriteit of tegen uitspraken in beroep tegen deze beslissing ongeacht de vraag of deze rechterlijke instantie al dan niet bevoegd is om een inbreuk op het mededingingsrecht vast te stellen;]2
10° "inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld, uitgesproken door een mededingingsautoriteit of door een beroepsinstantie;
11° "definitieve inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld waartegen op grond van gangbare rechtsmiddelen geen of niet langer meer beroep open staat;
12° "kartel": een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met desgevallend één of meer andere niet-concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van import of export of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
13° [4 clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;]4
14° [4 clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;]4
15° "begunstigde van een volledige vrijstelling van geldboeten": een onderneming of een ondernemingsvereniging waaraan door een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling volledige vrijstelling van geldboeten is verleend;
16° [4 schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;]4
17° "meerkosten": het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde prijs en de prijs die zonder een inbreuk op het mededingingsrecht toegepast was;
18° [4 minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage of collaboratieve onderhandeling;]4
19° "minnelijke schikking": een door middel van een minnelijke oplossing van geschillen verkregen schikking alsook een scheidsrechterlijk vonnis;
20° "directe afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die rechtstreeks van een inbreukpleger producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht;
21° "indirecte afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die niet van de inbreukpleger maar van een directe afnemer of van een volgende afnemer producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht, of producten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 3, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
(2)<W 2018-07-30/47, art. 3, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
(3)<W 2019-04-04/53, art. 3, 080; Inwerkingtreding : 01-06-2020>
(4)<W 2022-02-28/02, art. 4, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
1° "inbreuk op het mededingingsrecht": een inbreuk op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU") [3 en/of op artikel IV.1, op artikel IV.2 of op artikel IV.2/1]3;
2° "inbreukpleger": de onderneming of de ondernemingsvereniging die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft begaan;
3° "rechtsvordering tot schadevergoeding": een uit hoofde van artikel XVII.72 ingestelde vordering waarbij een schadevordering voor een rechterlijke instantie wordt gebracht door een partij die zich benadeeld acht of door iemand die optreedt namens een of meer partijen die zich benadeeld achten, of door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon op wie de rechten zijn overgegaan van de partij die zich benadeeld acht, daaronder begrepen de persoon die de schadevordering heeft verworven;
4° "schadevordering": een vordering tot vergoeding van de door een inbreuk op het mededingingsrecht ontstane schade;
5° "benadeelde partij": een persoon die schade heeft geleden die is ontstaan door een inbreuk op het mededingingsrecht;
6° "nationale mededingingsautoriteit": de Belgische Mededingingsautoriteit of een andere autoriteit die bevoegd is om de artikelen 101 en 102 VWEU toe te passen, aangewezen door een lidstaat op grond van artikel 35 van de verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels bedoeld in de artikelen 101 en 102 VWEU;
7° "mededingingsautoriteit": de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, of beiden, indien de omstandigheden dit vereisen;
8° "nationale rechterlijke instantie": een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU;
9° [2 beroepsinstantie: het Gerecht van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Europese Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 en/of 102 van het VWEU, of, in voorkomend geval, het Hof van Justitie van de Europese Unie dat uitspraak doet over een beroep tegen het arrest van het Gerecht conform artikel 256 van het VWEU of een nationale rechterlijke instantie die bevoegd is kennis te nemen van met de gangbare middelen ingestelde beroepen tegen besluiten van een nationale mededingingsautoriteit of tegen uitspraken in beroep tegen deze beslissing ongeacht de vraag of deze rechterlijke instantie al dan niet bevoegd is om een inbreuk op het mededingingsrecht vast te stellen;]2
10° "inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld, uitgesproken door een mededingingsautoriteit of door een beroepsinstantie;
11° "definitieve inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld waartegen op grond van gangbare rechtsmiddelen geen of niet langer meer beroep open staat;
12° "kartel": een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met desgevallend één of meer andere niet-concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van import of export of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
13° [4 clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel IV.1 en/of van artikel 101 VWEU, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel, onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen, meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een beslissing, geniet van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten voor zijn deelname aan het kartel. Deze regeling heeft ook betrekking op de immuniteit die aan de in artikel IV.1, § 4, bedoelde natuurlijke persoon kan worden verleend;]4
14° [4 clementieverklaring: een vrijwillig door of namens een onderneming, een ondernemingsvereniging of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming, de ondernemingsvereniging of de natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een geheim kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit in het kader van een clementieregeling. Reeds bestaande informatie wordt hiervan uitgesloten, met name het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;]4
15° "begunstigde van een volledige vrijstelling van geldboeten": een onderneming of een ondernemingsvereniging waaraan door een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling volledige vrijstelling van geldboeten is verleend;
16° [4 schikkingsverklaring: een vrijwillige verklaring door een onderneming of een ondernemingsvereniging of namens deze onderneming of ondernemingsvereniging, ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming of ondernemingsvereniging haar betrokkenheid aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze betrokkenheid en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;]4
17° "meerkosten": het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde prijs en de prijs die zonder een inbreuk op het mededingingsrecht toegepast was;
18° [4 minnelijke oplossing van geschillen: iedere werkwijze die de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikking, arbitrage of collaboratieve onderhandeling;]4
19° "minnelijke schikking": een door middel van een minnelijke oplossing van geschillen verkregen schikking alsook een scheidsrechterlijk vonnis;
20° "directe afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die rechtstreeks van een inbreukpleger producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht;
21° "indirecte afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die niet van de inbreukpleger maar van een directe afnemer of van een volgende afnemer producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht, of producten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 3, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
(2)<W 2018-07-30/47, art. 3, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
(3)<W 2019-04-04/53, art. 3, 080; Inwerkingtreding : 01-06-2020>
(4)<W 2022-02-28/02, art. 4, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
