Artikel XVII.7, WER

Art. XVII.7.[8 § 1.]8 [1 De vordering gegrond op artikel [7 XVII.1/4]7 wordt ingesteld op verzoek van :
  1° de belanghebbenden;
  2° de voor deze materie bevoegde minister of de [5 directeur-generaal van de algemene directie Economische Inspectie]5 van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, tenzij het verzoek betrekking heeft op een daad als bedoeld in artikel VI.104;
  [6 2° /1 de Ministers die Economie en Middenstand tot hun bevoegdheid hebben gezamenlijk, indien de vordering betrekking heeft op een daad als bedoeld in de artikelen VI.91/2 tot VI.91/6°;]6
  [5 2° /2 wordt ingevoegd, luidende : "de Ministers die Economie en Middenstand tot hun bevoegdheid hebben gezamenlijk, indien de vordering betrekking heeft op een daad als bedoeld in artikel VI.104/1, 1° en 2° ;]5
  3° een beroepsregulerende overheid, een beroeps- of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid;
  4° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de [3 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]3 vertegenwoordigd is of door de minister erkend is, volgens criteria vastgesteld bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tenzij het verzoek betrekking heeft op een daad als bedoeld in artikel VI. 104.
  [4 De verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, kunnen]4 in rechte optreden voor de verdediging van hun statutair omschreven collectieve belangen.]1
  [2 Ten aanzien van de beoefenaars van een vrij beroep kan de in het eerste lid bedoelde vordering eveneens worden ingesteld op verzoek van een ziekenfonds of een landsbond. Het tweede lid is van toepassing.]2
  [8 § 2. De vordering gegrond op artikel XVII.1/4, tweede lid, wordt ingesteld op verzoek van:
   1° een bevoegde instantie Consumenten bedoeld in artikel XVII.1, § 1, of in artikel XVII.1, § 3; of
   2° de minister of de directeur-generaal van de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie; of
   3° een bevoegde instantie kmo's bedoeld in artikel XVII.1, §§ 4 tot 6.
   § 3. De vordering gegrond op artikel XVII.1/4, derde lid, wordt ingesteld op verzoek van een bevoegde instantie bedoeld in artikel XVII.1, § 2.
   Indien de vermeende inbreuk op het Unierecht gevolgen heeft of waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor consumenten uit verschillende lidstaten, kan de vordering, zoals bedoeld in artikel XVII.1/4, derde lid, worden ingesteld door meerdere bevoegde instanties Consumenten uit verschillende lidstaten om de collectieve belangen van die consumenten uit verschillende lidstaten te beschermen.
   De voorzitter van de ondernemingsrechtbank van Brussel aanvaardt de in artikel XVII.1, § 2, tweede lid, bedoelde lijst van de bevoegde instanties als bewijs van het vermogen van de bevoegde instantie om te handelen, onverminderd zijn recht om na te gaan of de doelstelling van de bevoegde instantie het instellen van een vordering in een specifiek geval rechtvaardigt.
   Kan ook een vordering instellen gegrond op artikel XVII.1/4, derde lid, de bevoegde instantie kmo's bedoeld in artikel XVII.1, § 7.
   Indien de vermeende inbreuk gevolgen heeft of waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor kmo's uit verschillende lidstaten, kan de vordering, zoals bedoeld in artikel XVII.1/4, derde lid, worden ingesteld door meerdere bevoegde instanties kmo's uit verschillende lidstaten om de collectieve belangen van die kmo's uit verschillende lidstaten te beschermen.
   § 4. De bevoegde instanties Consumenten bedoeld in artikel XVII.1, § 1, de minister of de directeur generaal van de Algemene Directie Economische Inspectie van de FOD Economie hebben de hoedanigheid om de grensoverschrijdende vordering tot staking ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten in een andere lidstaat in te stellen.]8
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-05-15/07, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (3)<KB 2017-12-13/14, art. 11,11°, 056; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (4)<W 2018-12-21/09, art. 155, 069; Inwerkingtreding : 10-01-2019>
  (5)<W 2019-04-04/53, art. 36,a;c, 080; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  (6)<W 2019-04-04/53, art. 36,b, 080; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  (7)<W 2024-04-21/10, art. 3, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
  (8)<W 2024-04-21/10, art. 18, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>

  
Bron: Justel