Artikel IV.27, WER
Art. IV.27.[1 § 1. Een auditoraat wordt opgericht bij de Belgische Mededingingsautoriteit.
Het auditoraat bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen.
§ 2. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast.
De auditeur mag betreffende het onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal.
§ 3. De auditeur-generaal stelt voor elke zaak een team van personeelsleden van het auditoraat samen dat met het onderzoek is belast onder zijn algemene leiding en de dagelijkse leiding van de auditeur.
De leden van het onderzoeksteam kunnen betreffende dat onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal en de auditeur.
§ 4. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur-adviseur advies verleent aan de auditeur telkens wanneer de bepalingen [2 van hoofdstuk 1 van titel 3]2 van dit boek voorzien in dergelijk advies.
De auditeur-adviseur kan geen lid zijn of geweest zijn van het onderzoeksteam in de zaak en kan slechts worden vervangen in geval van belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2024-03-29/39, art. 15, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>
Het auditoraat bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen.
§ 2. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast.
De auditeur mag betreffende het onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal.
§ 3. De auditeur-generaal stelt voor elke zaak een team van personeelsleden van het auditoraat samen dat met het onderzoek is belast onder zijn algemene leiding en de dagelijkse leiding van de auditeur.
De leden van het onderzoeksteam kunnen betreffende dat onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal en de auditeur.
§ 4. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur-adviseur advies verleent aan de auditeur telkens wanneer de bepalingen [2 van hoofdstuk 1 van titel 3]2 van dit boek voorzien in dergelijk advies.
De auditeur-adviseur kan geen lid zijn of geweest zijn van het onderzoeksteam in de zaak en kan slechts worden vervangen in geval van belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2024-03-29/39, art. 15, 131; Inwerkingtreding : 13-05-2024>
Bron: Justel
