Artikel XV.60/20, WER

Art. XV.60/20.[2 § 1.]2 [1 De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete stemmen overeen met de respectieve minimale en maximale bedragen van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de hoofdstukken 1 en 2 van titel 3 van dit boek, die hetzelfde feit sanctioneert.
   De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboeten bedoeld bij dit Wetboek.]1
  [2 § 2. Voor het opleggen van de administratieve geldboete wordt rekening gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:
   1° de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
   2° de door de onderneming genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te beperken of te verhelpen;
   3° de eerdere inbreuken van de onderneming;
   4° de door de onderneming als gevolg van de inbreuk behaalde financiële voordelen of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
   5° de sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de onderneming zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad opgericht mechanisme;
   6° de andere verzwarende of verzachtende omstandigheden die van toepassing zijn op de zaak.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-09-29/05, art. 43, 092; Inwerkingtreding : 30-11-2020>
  (2)<W 2022-05-08/01, art. 34, 107; Inwerkingtreding : 28-05-2022>

  
Bron: Justel