Artikel XX.83/30, WER

Art. XX.83/30. [1 § 1. Wanneer de besloten procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een of meerdere minnelijke akkoorden, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met de bijstand van de aangestelde herstructureringsdeskundige, met toepassing van artikel XX.83/22.
   § 2. De artikelen 8.22 van het Burgerlijk Wetboek, XX.111, 2° en 3°, en XX.112 zijn niet toepasselijk op een minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
   § 3. Indien een minnelijk akkoord bereikt wordt, homologeert de rechtbank dit akkoord, oordelend op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, verklaart het uitvoerbaar en sluit de procedure.
   Indien met één of meer van de betrokken schuldeisers geen minnelijk akkoord kan worden bereikt, kan de rechtbank, op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar, aan de schuldenaar ten aanzien van deze schuldeisers gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 1244 van het oud Burgerlijk Wetboek. In dat geval geldt de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de betrokken schuldeisers als een minnelijk akkoord.
   § 4. De beslissing inzake homologatie of toekenning van gematigde termijnen kan de opdracht verlengen van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 om de uitvoering van het minnelijk akkoord of van de verplichtingen van de schuldenaar te vergemakkelijken.
   § 5. De beslissingen bedoeld in de paragrafen 3 en 4 worden niet bekendgemaakt.
   § 6. Wanneer de voorzitter van de rechtbank het einde van de opdracht van de herstructureringsdeskundige aangewezen overeenkomstig artikel XX.83/22 vaststelt, stelt hij zijn staat van kosten en ereloon vast.
   Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de schuldvordering op grond daarvan het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851.
   § 7. De schuldeisers die partij zijn bij een minnelijk akkoord kunnen niet aansprakelijk worden gesteld door de schuldenaar, door een andere schuldeiser of door derden enkel en alleen omdat dat minnelijk akkoord de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten niet daadwerkelijk mogelijk heeft gemaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-06-07/07, art. 160, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel