Artikel VII.165, WER

Art. VII.165.[1 § 1. [2 De kredietgevers beschikken over een organisatie [5 , waaronder toezichtsmaatregelen,]5 die hen in staat stelt te allen tijde de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te komen die voor hen gelden krachtens dit boek [3 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen]3.]2
  Zij voeren met name een organisatie in die hen in staat stelt na te gaan of hun verbonden agenten, alsook de werknemers en de subagenten van die verbonden agenten de wettelijke en reglementaire verplichtingen nakomen die krachtens dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voor hen gelden, inzonderheid de geldende bepalingen inzake beroepskennis.
  [5 Die organisatie berust onder meer op:
   1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen de effectieve leiding van de onderneming, enerzijds, en het toezicht op die leiding, anderzijds, en die binnen de onderneming voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;
   2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle;
   3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de onderneming mogelijk loopt, inclusief de voorkoming van belangenconflicten.
   De in het derde lid bedoelde organisatieregeling is passend voor de aard, schaal en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan het bedrijfsmodel en aan de werkzaamheden van de kredietgever.]5
  Zij voeren een boekhouding op grond waarvan de door de reglementeringen inzake statistiek vereiste inlichtingen kunnen worden verstrekt.
  De kredietgevers inzake hypothecair krediet registreren op passende wijze welke soorten onroerende goederen als zekerheid worden aanvaard en welk acceptatiebeleid inzake aanvragen tot hypothecaire kredietverstrekking wordt gehanteerd.
  § 2. [4 Het hoofdbestuur en de statutaire zetel van de kredietgevers moeten in België zijn gevestigd.]4]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-11-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 3; gewijzigd bij KB 2015-06-28/02, art. 2)>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 20, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
  (3)<W 2019-05-02/25, art. 187, 074; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  (4)<W 2021-06-27/09, art. 300, 099; Inwerkingtreding : 19-07-2021>
  (5)<W 2022-05-08/03, art. 16, 112; Inwerkingtreding : 03-07-2022>

  
Bron: Justel