Artikel IV.22, WER
Art. IV.22.[1 § 1. De assessor-ondervoorzitter, die tot een andere taalgroep behoort dan de voorzitter, en de assessoren, samen ten beloop van maximum 20, worden door de Koning benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar.
Zij worden ingedeeld in twee gelijke lijsten, in alfabetische volgorde, volgens de Nederlandstalige of Franstalige taalgroep waartoe zij behoren, bepaald door de taal van het diploma van master of licentiaat.
Op elke lijst zal van iedere assessor het diploma vermeld worden.
§ 2. Om tot assessor-ondervoorzitter of assessor te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in artikel IV.17, § 3.
De assessor-ondervoorzitter en de assessoren worden bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval zij wegens een ernstig en permanent gebrek hun ambt niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.
§ 3. De assessor-ondervoorzitter en de assessoren die in een zaak zitting hebben, mogen betreffende die zaak geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die zij nemen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hun geeft.
§ 4. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en de assessoren stellen, onder voorzitterschap van de voorzitter, het huishoudelijk reglement vast van het Mededingingscollege.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Zij worden ingedeeld in twee gelijke lijsten, in alfabetische volgorde, volgens de Nederlandstalige of Franstalige taalgroep waartoe zij behoren, bepaald door de taal van het diploma van master of licentiaat.
Op elke lijst zal van iedere assessor het diploma vermeld worden.
§ 2. Om tot assessor-ondervoorzitter of assessor te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in artikel IV.17, § 3.
De assessor-ondervoorzitter en de assessoren worden bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval zij wegens een ernstig en permanent gebrek hun ambt niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.
§ 3. De assessor-ondervoorzitter en de assessoren die in een zaak zitting hebben, mogen betreffende die zaak geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die zij nemen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hun geeft.
§ 4. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en de assessoren stellen, onder voorzitterschap van de voorzitter, het huishoudelijk reglement vast van het Mededingingscollege.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Bron: Justel
