Artikel IV.40/2, WER

Art. IV.40/2.[1 § 1. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen tussen acht en achttien uur, met voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel of een onderzoeksrechter in de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die voor de toepassing van deze paragraaf ook bevoegd is buiten zijn arrondissement, een huiszoeking verrichten in:
   1° de lokalen, vervoermiddelen en andere plaatsen van de ondernemingen of ondernemingsverenigingen;
   2° andere lokalen, vervoermiddelen en plaatsen, waaronder in de woning van de ondernemingshoofden, bestuurders, zaakvoerders, directeurs en andere personeelsleden, alsook in de woning en in de lokalen die gebruikt worden voor professionele doeleinden van natuurlijke personen en rechtspersonen, intern of extern, belast met het commercieel, boekhoudkundig, administratief, fiscaal en financieel beheer, waar zij redelijkerwijze vermoeden documenten of gegevens te kunnen vinden, die zij voor het vervullen van hun opdracht nodig achten.
   § 2. Indien de voorafgaande machtiging tot huiszoeking bedoeld in paragraaf 1 [2 of indien de machtiging bedoeld in artikel IV.40, § 1/1, tweede lid,]2 wordt geweigerd, kan de auditeur beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt neergelegd bij de griffie van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, binnen een termijn van vier werkdagen na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.
   De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift.
   De griffier stelt de auditeur bij gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van plaats, dag en uur van de zitting.
   De onderzoeksrechter kan zijn schriftelijke opmerkingen richten aan de kamer van inbeschuldigingstelling. De kamer van inbeschul-digingstelling kan, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de auditeur, de opmerkingen van de onderzoeksrechter horen. Zij kan, in aanwezigheid van de onderzoeksrechter, de auditeur of een door de Belgische Mededingingsautoriteit aangestelde advocaat horen.
   § 3. De auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit kunnen bij het verrichten van een huiszoeking alle documenten en gegevens controleren, ongeacht de drager hiervan, die de onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon die het voorwerp van de huiszoeking uitmaakt in haar bezit heeft en deze waartoe zij toegang heeft. Zij kunnen in welke vorm ook kopieën van deze documenten of gegevens maken of ontvangen en, wanneer zij dat passend achten, hun onderzoek verderzetten en verder kopieën selecteren in de lokalen van de Belgische Mededingingsautoriteit of elke andere aangewezen ruimte.
   § 4. Zij kunnen voor zover nodig verzegelen voor de duur van hun opdracht maar niet langer dan tweeënzeventig uur in de lokalen bedoeld in paragraaf 1, 2°.
   § 5. Zij kunnen elke vertegenwoordiger of elk personeelslid van de onderneming of de ondernemingsvereniging ondervragen over feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van het opdrachtbevel, alsook met de interne organisatie van de onderneming, de werkmethoden, en de verdeling van de verantwoordelijkheden, met het oog op het vergemakkelijken van het opzoeken van documenten. De antwoorden kunnen schriftelijk of elektronisch worden opgenomen. Wanneer de antwoorden elektronisch worden opgenomen, wordt ofwel de inhoud van de opname in een proces-verbaal neergeschreven waarvan een kopie wordt overhandigd aan de ondervraagde, ofwel wordt hem een kopie van de opname verstrekt.
   § 6. De met toepassing van paragrafen 1, 3, 4 en 5 genomen maatregelen worden vastgesteld in een proces-verbaal. Een kopie van dit proces-verbaal wordt bezorgd aan de onderneming, ondernemingsvereniging of persoon ten aanzien van wie deze maatregelen zijn getroffen.
   § 7. Bij het verrichten van een huiszoeking kunnen de auditeur en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit een beroep doen op de openbare macht.
   § 8. Om over te gaan tot een huiszoeking, een beslaglegging of een verzegeling, zijn zij houder van een bijzonder opdrachtbevel afgegeven door de auditeur, of, in het geval bedoeld in artikel IV.26, § 3, 6°, de auditeur-generaal. Dit bevel vermeldt het voorwerp en het doel van hun opdracht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2022-02-28/02, art. 17, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
  (2)<W 2022-09-25/14, art. 8, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>

  
Bron: Justel