Artikel III.7, WER
Art. III.7. [1 Een vergunning bedoeld in artikel III.2 biedt de dienstverrichter op het gehele Belgische grondgebied het recht op toegang tot of uitoefening van de dienstenactiviteit, mede door de oprichting van agentschappen, dochterondernemingen, kantoren of bijkantoren.
Het eerste lid is niet van toepassing :
1° wanneer een vergunning eigen aan elke vestiging of een beperking van de vergunning tot een specifiek deel van het nationale grondgebied is gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang;
2° op vergunningen die zijn afgeleverd door de overheden van de gewesten, de gemeenschappen, de provincies en de gemeenten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
Het eerste lid is niet van toepassing :
1° wanneer een vergunning eigen aan elke vestiging of een beperking van de vergunning tot een specifiek deel van het nationale grondgebied is gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang;
2° op vergunningen die zijn afgeleverd door de overheden van de gewesten, de gemeenschappen, de provincies en de gemeenten.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
Bron: Justel
