Artikel XIII.8, WER
Art. XIII.8. [1 De Koning kan het bedrag bepalen van de vergoedingen toegekend aan de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden van een bijzondere raadgevende commissie.
Voor de in Hoofdstuk 4 bedoelde bijzondere raadgevende commissies, ingericht door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoedingen bepaald door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
Voor de in Hoofdstuk 4 bedoelde bijzondere raadgevende commissies, ingericht door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoedingen bepaald door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
Bron: Justel
