Artikel XI.75/7, WER

Art. XI.75/7.[1 § 1. De raad van het Instituut voor Octrooigemachtigden bestaat uit vier leden, die door de algemene vergadering uit haar leden worden verkozen [3 ...]3. Twee leden van de raad dienen tot een andere taalgroep te behoren.
   De raad kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter. Deze personen dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen:
   1° voor elke nieuwe periode waarvoor zij verkozen worden, te behoren tot een verschillende taalgroep dan tijdens de vorige periode;
   2° elk tot een verschillende taalgroep te behoren.
   De raad kiest uit zijn leden eveneens een secretaris en een penningmeester.
  [3 De Koning bepaalt de periode waarvoor de leden van de raad verkozen worden en in welke mate deze periode hernieuwbaar is. De periode kan niet minder dan drie en niet meer dan zes jaar bedragen. De Koning bepaalt eveneens de periode waarvoor de raad uit zijn leden, een voorzitter, een ondervoorzitter, een secretaris en een penningmeester verkiest.]3
   § 2. De raad heeft tot taak:
   1° in te staan voor het beheer van het Instituut;
   2° de lijst van de leden van het Instituut op te stellen;
   3° elk jaar een verslag op te stellen waarin zij rekenschap geeft van haar beleid, en waarvan zij een kopie aan de minister bezorgt;
   4° de adviezen te verlenen bedoeld in artikel XI.74, § 1;
   5° het tijdelijke of incidentele karakter te beoordelen van de dienstverrichting zoals bedoeld in artikel XI.64/3;
  [2 5° /1 binnen de grenzen vastgesteld op grond van de bescherming van bedrijfsgeheimen en van andere wettelijke verplichtingen, alle informatie te verstrekken, die een gerechtelijke, bestuurlijke of tuchtoverheid hem vraagt en die zij nodig heeft binnen het kader van een procedure tegen een lid van het Instituut die betrekking heeft op de uitoefening van het beroep van octrooigemachtigde en waarmee deze overheid door of krachtens de wet werd belast;]2
   6° in te staan voor de taken die haar door een wet, een besluit of een reglement zijn opgedragen.
   De raad is bevoegd voor enige handeling van bestuur of beschikking die niet uitsluitend aan de algemene vergadering is opgedragen.
   § 3. De raad neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen. Elk lid heeft recht op één stem. Wanneer geen meerderheid wordt bereikt, beslist de stem van de voorzitter.
   Elke beslissing van de raad met individuele strekking wordt uitdrukkelijk gemotiveerd.
   De raad vertegenwoordigt het Instituut bij rechtshandelingen en bij rechtsvorderingen, hetzij als eiser hetzij als verweerder. De voorzitter of de ondervoorzitter kunnen optreden namens de raad.
   § 4. De Koning bepaalt de minimale inhoud van het verslag bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°.
   Het huishoudelijk reglement bepaalt minstens:
   1° de procedureregels voor de verkiezing van de leden van de raad;
   2° de procedureregels voor de vergaderingen van de raad, waarbij de regeringscommissaris, bedoeld in artikel XI.75/10, steeds de raad kan bijeenroepen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-08/06, art. 27, 061; Inwerkingtreding : 01-12-2020, en 01-04-2024 voor §2, L1, 5°>
  (2)<W 2022-09-25/06, art. 14, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>
  (3)<W 2023-11-05/07, art. 27, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>

  
Bron: Justel