Artikel XV.66/9, WER
Art. XV.66/9. [1 § 1. Vijf jaar na de feiten kan de administratieve sanctie die wordt opgelegd krachtens artikel XV.66/8, §§ 3 of 4, niet meer worden opgelegd.
De onderzoekshandelingen of daden van vervolging, met inbegrip van de uitnodiging tot het indienen van verweermiddelen aan de aanbieder van databemiddelingsdiensten of aan de organisatie voor data-altruïsme in de waarschuwing, gesteld binnen de in het eerste lid genoemde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die handelingen of daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
§ 2. De beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie, bedoeld in artikel XV.66/8, §§ 3 en 4, omvat de volgende elementen:
1° de bepalingen die de rechtsgrond uitmaken voor de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie;
2° de referenties van de waarschuwing en van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten ten aanzien waarvan de procedure tot oplegging van een administratieve sanctie werd ingeleid;
3° in voorkomend geval, de datum waarop de verweermiddelen werden ingediend, een overzicht van de ingediende verweermiddelen en de repliek op deze verweren of de redenen voor de sanctie bij gebrek aan verweermiddelen;
4° de maatregelen die de aanbieder van databemiddelingsdiensten of de organisatie voor data-altruïsme moet nemen om de vastgestelde inbreuken te verhelpen;
5° de termijn die aan de betrokken aanbieder van databemiddelingsdiensten of organisatie voor data-altruïsme wordt opgelegd om die maatregelen na te leven. Die termijn mag niet meer dan dertig dagen bedragen;
6° in voorkomend geval, het bedrag van de administratieve geldboete en desgevallend de dwangsom;
7° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.60/17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de betaling van de geldboete;
8° de bepalingen van artikel XV.66/10 betreffende het beroep tegen de beslissing bij de ambtenaren bedoeld in artikel XV.66/8, § 2, alsook de te volgen procedure om het beroep in te stellen.
§ 3. De beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie, bedoeld in artikel XV.66/8, §§ 3 en 4, houdt rekening met de volgende niet-exhaustieve en indicatieve criteria, voor zover daarover relevante informatie beschikbaar is:
1° de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
2° de door de onderneming genomen maatregelen om de door de betrokken personen geleden schade te beperken of te herstellen;
3° de eerdere inbreuken van de onderneming;
4° de door de onderneming als gevolg van de inbreuk behaalde financiële voordelen of vermeden verliezen;
5° de andere verzwarende of verzachtende omstandigheden die van toepassing zijn op de zaak.
§ 4. De in paragraaf 2 bedoelde beslissing wordt per aangetekende zending ter kennis gebracht van de aanbieder van databemiddelingsdiensten of van de organisatie voor data-altruïsme. De beslissing wordt uitvoerbaar na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.66/10, eerste lid, of, indien van toepassing, na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 29, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
De onderzoekshandelingen of daden van vervolging, met inbegrip van de uitnodiging tot het indienen van verweermiddelen aan de aanbieder van databemiddelingsdiensten of aan de organisatie voor data-altruïsme in de waarschuwing, gesteld binnen de in het eerste lid genoemde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die handelingen of daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
§ 2. De beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie, bedoeld in artikel XV.66/8, §§ 3 en 4, omvat de volgende elementen:
1° de bepalingen die de rechtsgrond uitmaken voor de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie;
2° de referenties van de waarschuwing en van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten ten aanzien waarvan de procedure tot oplegging van een administratieve sanctie werd ingeleid;
3° in voorkomend geval, de datum waarop de verweermiddelen werden ingediend, een overzicht van de ingediende verweermiddelen en de repliek op deze verweren of de redenen voor de sanctie bij gebrek aan verweermiddelen;
4° de maatregelen die de aanbieder van databemiddelingsdiensten of de organisatie voor data-altruïsme moet nemen om de vastgestelde inbreuken te verhelpen;
5° de termijn die aan de betrokken aanbieder van databemiddelingsdiensten of organisatie voor data-altruïsme wordt opgelegd om die maatregelen na te leven. Die termijn mag niet meer dan dertig dagen bedragen;
6° in voorkomend geval, het bedrag van de administratieve geldboete en desgevallend de dwangsom;
7° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.60/17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de betaling van de geldboete;
8° de bepalingen van artikel XV.66/10 betreffende het beroep tegen de beslissing bij de ambtenaren bedoeld in artikel XV.66/8, § 2, alsook de te volgen procedure om het beroep in te stellen.
§ 3. De beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie, bedoeld in artikel XV.66/8, §§ 3 en 4, houdt rekening met de volgende niet-exhaustieve en indicatieve criteria, voor zover daarover relevante informatie beschikbaar is:
1° de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
2° de door de onderneming genomen maatregelen om de door de betrokken personen geleden schade te beperken of te herstellen;
3° de eerdere inbreuken van de onderneming;
4° de door de onderneming als gevolg van de inbreuk behaalde financiële voordelen of vermeden verliezen;
5° de andere verzwarende of verzachtende omstandigheden die van toepassing zijn op de zaak.
§ 4. De in paragraaf 2 bedoelde beslissing wordt per aangetekende zending ter kennis gebracht van de aanbieder van databemiddelingsdiensten of van de organisatie voor data-altruïsme. De beslissing wordt uitvoerbaar na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.66/10, eerste lid, of, indien van toepassing, na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 29, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
Bron: Justel
