Artikel VII.62/7, WER

Art. VII.62/7. [1 Van zodra de betalers van terugkerende inkomende overschrijvingen en begunstigden van terugkerende domiciliëringen, die geen consument zijn, de informatie hebben ontvangen zoals bedoeld in artikel VII.62/2, § 5, 4° en 5°, dienen zij onverwijld, en uiterlijk op de door de consument aangeduide datum zoals bedoeld in artikel VII.62/2, hieraan gevolg te geven en de betalingen uit te voeren op de betaalrekening bij de ontvangende betalingsdienstaanbieder.
   Bij gebreke hiervan mogen deze begunstigde schuldeisers van terugkerende domiciliëringen geen kosten of interesten aanrekenen, en dienen deze betalers van terugkerende inkomende overschrijvingen aan de schuldeisers van rechtswege en onverwijld een vergoeding te betalen gelijk aan de wettelijke interestvoet voor de nalatigheidsperiode. Desgevallend dienen deze begunstigden en betalers de kosten te dragen die rechtstreeks voortvloeien uit de niet naleving van het vorige lid.
   Deze aansprakelijkheid geldt niet in geval van overmacht.
   De Koning kan de termijn van uitvoering in het eerste lid nader bepalen, alsmede de minimumtermijn bedoeld in artikel 62/2 wijzigen voor wat betreft de uitvoering van terugkerende domiciliëringen en inkomende overschrijvingen, rekening houdende met een efficiënte dienstverlening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-12-22/14, art. 26, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2018>

  
Bron: Justel