Artikel XVII.1, WER

Art. XVII.1. [1 § 1. Een bevoegde instantie Consumenten is elke rechtspersoon die daartoe op zijn verzoek door de minister erkend is. Het verzoek van de rechtspersoon tot erkenning als bevoegde instantie wordt toegekend door de minister op voorwaarde dat het wordt ingesteld op de wijze die daartoe door de Koning wordt bepaald en aantoont dat die rechtspersoon aan alle volgende criteria voldoet:
   1° het gaat om een rechtspersoon die is opgericht naar Belgisch recht en die kan aantonen dat hij vóór zijn verzoek tot erkenning twaalf maanden daadwerkelijk openbaar actief geweest is op het gebied van de bescherming van consumentenbelangen;
   2° uit zijn statutair doel blijkt dat hij een rechtmatig belang heeft bij de bescherming van consumentenbelangen zoals bepaald in de Europese richtlijnen en verordeningen waar artikel XVII.37, 34°, naar verwijst;
   3° hij heeft geen winstoogmerk;
   4° hij is niet verwikkeld in een insolventieprocedure en is niet insolvent verklaard;
   5° hij is onafhankelijk en wordt niet beïnvloed door personen die geen consumenten zijn, met name ondernemingen, die een economisch belang hebben bij het instellen van een collectieve vordering tot staking overeenkomstig titel 1 en/of een rechtsvordering tot collectief herstel overeenkomstig titel 2, onder meer in geval van financiering door derden. Daartoe beschikt hij over procedures die dergelijke beïnvloeding voorkomen en die belangenconflicten tussen zijn eigen belangen, die van zijn financiers en de consumentenbelangen voorkomen; en
   6° hij maakt in duidelijke en begrijpelijke taal, via passende middelen, in het bijzonder op zijn website, informatie openbaar waaruit blijkt dat hij voldoet aan de onder 1° tot 5° genoemde criteria, alsmede informatie over zijn financieringsbronnen in het algemeen, zijn organisatie-, bestuurs- en lidmaatschapsstructuur, zijn statutair doel en zijn activiteiten.
   § 2. Is eveneens een bevoegde instantie Consumenten, iedere organisatie of overheidsinstantie die de collectieve belangen van consumenten vertegenwoordigt en die door een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte als bevoegde instantie is aangewezen.
   Het bewijs van die erkenning om op te treden voor een groep van consumenten kan enkel worden geleverd door de voorlegging van de lijst van bevoegde instanties voor grensoverschrijdende representatieve vorderingen die de Europese Commissie heeft bekendgemaakt op grond van artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG.
   § 3. Een rechtspersoon kan worden beschouwd als een bevoegde instantie Consumenten voor een specifieke vordering die hij instelt voor de Belgische rechtbanken. In dat geval onderzoekt de voorzitter van de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de collectieve vordering tot staking of de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de rechtsvordering tot collectief herstel de conformiteit van de in paragraaf 1 bedoelde erkenningscriteria, rekening houdend met de specificiteit van die vordering.
   § 4. Een bevoegde instantie kmo's is elke rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is, en die daartoe op zijn verzoek erkend is door de minister bevoegd voor Middenstand. De minister bevoegd voor Middenstand geeft gevolg aan het verzoek tot erkenning van de rechtspersoon, op voorwaarde dat deze voldoet aan de eventuele vereisten die de Koning bepaalt en aantoont dat hij aan alle volgende criteria voldoet:
   1° het gaat om een rechtspersoon die is opgericht naar Belgisch recht en die kan aantonen dat hij vóór zijn verzoek tot erkenning twaalf maanden daadwerkelijk openbaar actief geweest is op het gebied van de bescherming van de belangen van kmo's;
   2° uit zijn statutair doel blijkt dat hij een rechtmatig belang heeft bij de bescherming van de belangen van kmo's;
   3° hij heeft geen winstoogmerk;
   4° hij is niet verwikkeld in een insolventieprocedure en is niet insolvent verklaard;
   5° hij is onafhankelijk en wordt niet beïnvloed door personen andere dan de mogelijke groepsleden die een economisch belang hebben bij het instellen van een collectieve vordering tot staking overeenkomstig titel 1 en/of een rechtsvordering tot collectief herstel overeenkomstig titel 2, onder meer in geval van financiering door derden, en hij beschikt daartoe over procedures die dergelijke beïnvloeding voorkomen en die belangenconflicten tussen zijn eigen belangen, die van zijn financiers en de mogelijke groepsleden voorkomen; en
   6° hij maakt in duidelijke en begrijpelijke taal, via passende middelen, in het bijzonder op zijn website, informatie openbaar waaruit blijkt dat hij voldoet aan de onder 1° tot 5° genoemde criteria, alsmede informatie over zijn financieringsbronnen in het algemeen, zijn organisatie-, bestuurs- en lidmaatschapsstructuur, zijn statutair doel en zijn activiteiten.
   § 5. De rechtspersoon waarvan het statutair doel de verdediging van de collectieve belangen van kmo's is en die niet is erkend door de minister bevoegd voor Middenstand, kan worden beschouwd als een bevoegde instantie kmo's voor een specifieke vordering die hij instelt voor de Belgische rechtbanken. In dat geval onderzoekt de voorzitter van de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de collectieve vordering tot staking of de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de rechtsvordering tot collectief herstel de conformiteit van de in paragraaf 4 vastgestelde erkenningscriteria, rekening houdend met de specificiteit van die vordering.
   § 6. Is eveneens een bevoegde instantie kmo's, een interprofessionele organisatie ter verdediging van de belangen van kmo's die rechtspersoonlijkheid bezit en in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO zetelt.
   § 7. Is eveneens een bevoegde instantie kmo's, de rechtspersoon die als statutair doel de bescherming van de collectieve belangen van kmo's heeft, en die daartoe is erkend in een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte en die beantwoordt aan de criteria bedoeld in paragraaf 4.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-21/10, art. 8, 134; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
  

  
Bron: Justel