Artikel III.13, WER
Art. III.13. [1 § 1. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit mag niet afhankelijk worden gemaakt van de naleving van eisen die :
1° discriminerend zijn en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel;
2° niet gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu;
3° die niet van aard zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en die verder gaan dan wat nodig is om dit doel te bereiken.
§ 2. Het vrij verrichten van diensten door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter mag niet beperkt worden door één van de volgende vereisten :
a) een verplichting voor de dienstverrichter een vestiging in België te hebben;
b) een verplichting voor de dienstverrichter bij de Belgische bevoegde autoriteit een vergunning te verkrijgen of zich in te schrijven in een register of bij een beroepsorde of -vereniging in België, behalve in de in deze titel of door het gemeenschapsrecht geregelde gevallen;
c) een verbod voor de dienstverrichter in België een bepaalde vorm of soort infrastructuur, met inbegrip van een kantoor of kabinet, op te zetten om de betrokken diensten te verrichten;
d) de toepassing van een specifieke contractuele regeling tussen de dienstverrichter en de afnemer die het verrichten van diensten door zelfstandigen verhindert of beperkt;
e) een verplichting voor de dienstverrichter om specifiek voor de uitoefening van een dienstenactiviteit een door de Belgische bevoegde autoriteit afgegeven identiteitsdocument te bezitten;
f) vereisten, andere dan die welke noodzakelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid op het werk, die betrekking hebben op het gebruik van uitrusting en materiaal die een integrerend deel van de dienstverrichting vormen;
g) beperkingen van het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel III.80.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
1° discriminerend zijn en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel;
2° niet gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu;
3° die niet van aard zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en die verder gaan dan wat nodig is om dit doel te bereiken.
§ 2. Het vrij verrichten van diensten door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter mag niet beperkt worden door één van de volgende vereisten :
a) een verplichting voor de dienstverrichter een vestiging in België te hebben;
b) een verplichting voor de dienstverrichter bij de Belgische bevoegde autoriteit een vergunning te verkrijgen of zich in te schrijven in een register of bij een beroepsorde of -vereniging in België, behalve in de in deze titel of door het gemeenschapsrecht geregelde gevallen;
c) een verbod voor de dienstverrichter in België een bepaalde vorm of soort infrastructuur, met inbegrip van een kantoor of kabinet, op te zetten om de betrokken diensten te verrichten;
d) de toepassing van een specifieke contractuele regeling tussen de dienstverrichter en de afnemer die het verrichten van diensten door zelfstandigen verhindert of beperkt;
e) een verplichting voor de dienstverrichter om specifiek voor de uitoefening van een dienstenactiviteit een door de Belgische bevoegde autoriteit afgegeven identiteitsdocument te bezitten;
f) vereisten, andere dan die welke noodzakelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid op het werk, die betrekking hebben op het gebruik van uitrusting en materiaal die een integrerend deel van de dienstverrichting vormen;
g) beperkingen van het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel III.80.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
Bron: Justel
