Artikel I.23, WER
Art. I.23.[1 Voor de toepassing van boek XX gelden de volgende definities:
1° insolventieprocedure: een procedure van minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van openbare of besloten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag, een procedure van besloten voorbereiding van het faillissement of een faillissementsprocedure;
2° hoofdinsolventieprocedure: hoofdprocedure zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° beslissing tot opening van een insolventieprocedure: de beslissing van een rechterlijke instantie tot opening van een insolventieprocedure of tot bevestiging van de opening van een dergelijke procedure;
4° insolventierechtbank: de ondernemingsrechtbank bevoegd om een insolventieprocedure te openen, of die ze geopend heeft;
5° tijdstip waarop de procedure is geopend: het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing nog voor rechtsmiddelen vatbaar is;
6° register: het Centraal Register Solvabiliteit is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de dossiers betreffende de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie, de procedures van overdracht onder gerechtelijk gezag of faillissement worden opgeslagen en bewaard;
7° vereffeningsdeskundige: een gerechtsmandataris waarvan de taak, mede op tussentijdse basis, erin bestaat, een of meer van de volgende taken te vervullen:
i) de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen verifiëren en aanvaarden;
ii) het collectieve belang van de schuldeisers behartigen;
iii) het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking werd ontzegd, beheren;
iv) de onder iii) bedoelde goederen vereffenen en in voorkomend geval de opbrengst verdelen onder de schuldeisers; of
v) toezien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar;
7° /01 herstructureringsdeskundige: een gerechtsmandataris die door de insolventierechtbank is aangesteld om, met name, een of meer van de volgende taken uit te voeren:
i) de schuldenaar of de schuldeisers assisteren bij het opstellen van of het onderhandelen over een reorganisatieplan;
ii) toezicht houden op de activiteiten van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over een reorganisatieplan, en verslag uitbrengen aan een rechterlijke instantie;
iii) zonder buitenbezitstelling de gedeeltelijke controle uitoefenen over de activa of zaken van de schuldenaar voor of tijdens de onderhandelingen over een gerechtelijke reorganisatie;
7° /02 gerechtsmandatarissen: een vereffeningsdeskundige, een herstructureringsdeskundige of een voorlopige bewindvoerder aangesteld door een rechterlijke instantie;
7° /1 onderneming: een onderneming in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van dit boek;
8° schuldenaar: een onderneming met uitzondering van iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;
9° schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt: een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige worden overgedragen, en waarbij de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen of zijn activiteiten behoudt;
10° beoefenaar van een vrij beroep: de onderneming in de zin van artikel I.1.14° van dit boek;
11° schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure volgen;
12° gewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
13° gewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
14° buitengewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht in de zin van artikel 3.3 van het Burgerlijk Wetboek en de schuldvorderingen die in dit boek als buitengewone schuldvorderingen worden gekwalificeerd;
15° buitengewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
16° [...]
16° /1 betrokken partijen: schuldeisers of categorieën van schuldeisers en kapitaalhouders, wier vorderingen of belangen naargelang het geval door een reorganisatieplan rechtstreeks worden getroffen;
16° /2 kapitaalhouder: een persoon die een eigendomsbelang heeft in het vermogen van een rechtspersoon, waaronder een aandeelhouder, voor zover die persoon geen schuldeiser is;
17° centrum van de voornaamste belangen: de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is;
18° vestiging: elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure;
19° zetel: de statutaire zetel;
20° opschorting: het door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium teneinde een gerechtelijke reorganisatie en een overdracht onder gerechtelijk gezag te realiseren;
21° reorganisatieplan: het in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in de artikelen XX.70 en volgende, XX.83/3 en volgende of in de loop van een besloten gerechtelijke reorganisatie bedoeld in de artikelen XX.83/22 en volgende;
21° /1 nieuwe financiering: elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser of kapitaalhouder teneinde een reorganisatieplan uit te voeren en die in dat plan is inbegrepen;
22° restschulden: de schulden die onbetaald zijn gebleven bij het einde van de insolventieprocedure;
23° Insolventieverordening: de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
23° /1 gerechtelijke vereffening: gerechtelijke ontbinding gevolgd door vereffening;
24° moedervennootschap: een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent over een of meer vennootschappen; een vennootschap die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wordt geacht een moedervennootschap te zijn;
25° vennootschapsgroep: een moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;
26° verbonden ondernemingen: ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
27° elektronische ondertekening: een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen en hun instemming met de inhoud van de akte te verzekeren;
28° minister: de minister bevoegd voor Justitie;
29° dreigende insolventie: toestand waarin de continuïteit van de activiteiten van de schuldenaar, onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
30° Richtlijn (EU) 2019/1023: Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132.]1
----------
(1)<W 2023-06-07/07, art. 3, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
1° insolventieprocedure: een procedure van minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van openbare of besloten gerechtelijke reorganisatie, een procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag, een procedure van besloten voorbereiding van het faillissement of een faillissementsprocedure;
2° hoofdinsolventieprocedure: hoofdprocedure zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° beslissing tot opening van een insolventieprocedure: de beslissing van een rechterlijke instantie tot opening van een insolventieprocedure of tot bevestiging van de opening van een dergelijke procedure;
4° insolventierechtbank: de ondernemingsrechtbank bevoegd om een insolventieprocedure te openen, of die ze geopend heeft;
5° tijdstip waarop de procedure is geopend: het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een insolventieprocedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing nog voor rechtsmiddelen vatbaar is;
6° register: het Centraal Register Solvabiliteit is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de dossiers betreffende de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie, de procedures van overdracht onder gerechtelijk gezag of faillissement worden opgeslagen en bewaard;
7° vereffeningsdeskundige: een gerechtsmandataris waarvan de taak, mede op tussentijdse basis, erin bestaat, een of meer van de volgende taken te vervullen:
i) de in het kader van een insolventieprocedure ingediende vorderingen verifiëren en aanvaarden;
ii) het collectieve belang van de schuldeisers behartigen;
iii) het geheel of een deel van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking werd ontzegd, beheren;
iv) de onder iii) bedoelde goederen vereffenen en in voorkomend geval de opbrengst verdelen onder de schuldeisers; of
v) toezien op het beheer van de onderneming van de schuldenaar;
7° /01 herstructureringsdeskundige: een gerechtsmandataris die door de insolventierechtbank is aangesteld om, met name, een of meer van de volgende taken uit te voeren:
i) de schuldenaar of de schuldeisers assisteren bij het opstellen van of het onderhandelen over een reorganisatieplan;
ii) toezicht houden op de activiteiten van de schuldenaar tijdens de onderhandelingen over een reorganisatieplan, en verslag uitbrengen aan een rechterlijke instantie;
iii) zonder buitenbezitstelling de gedeeltelijke controle uitoefenen over de activa of zaken van de schuldenaar voor of tijdens de onderhandelingen over een gerechtelijke reorganisatie;
7° /02 gerechtsmandatarissen: een vereffeningsdeskundige, een herstructureringsdeskundige of een voorlopige bewindvoerder aangesteld door een rechterlijke instantie;
7° /1 onderneming: een onderneming in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van dit boek;
8° schuldenaar: een onderneming met uitzondering van iedere publiekrechtelijke rechtspersoon;
9° schuldenaar die zijn goederen in bezit houdt: een schuldenaar ten aanzien van wie een insolventieprocedure is geopend, waarbij niet noodzakelijkerwijs een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige wordt aangewezen of waarbij de rechten en plichten aangaande het beheer van de goederen van de schuldenaar niet volledig aan een vereffeningsdeskundige of een herstructureringsdeskundige worden overgedragen, en waarbij de schuldenaar derhalve volledig of tenminste gedeeltelijk de zeggenschap over zijn goederen of zijn activiteiten behoudt;
10° beoefenaar van een vrij beroep: de onderneming in de zin van artikel I.1.14° van dit boek;
11° schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissing genomen in het kader van de procedure volgen;
12° gewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
13° gewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
14° buitengewone schuldvorderingen in de opschorting: de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een zakelijk zekerheidsrecht in de zin van artikel 3.3 van het Burgerlijk Wetboek en de schuldvorderingen die in dit boek als buitengewone schuldvorderingen worden gekwalificeerd;
15° buitengewone schuldeiser in de opschorting: de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
16° [...]
16° /1 betrokken partijen: schuldeisers of categorieën van schuldeisers en kapitaalhouders, wier vorderingen of belangen naargelang het geval door een reorganisatieplan rechtstreeks worden getroffen;
16° /2 kapitaalhouder: een persoon die een eigendomsbelang heeft in het vermogen van een rechtspersoon, waaronder een aandeelhouder, voor zover die persoon geen schuldeiser is;
17° centrum van de voornaamste belangen: de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is;
18° vestiging: elke plaats van handeling waar een schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit die niet van tijdelijke aard is, uitoefent of heeft uitgeoefend in de periode van drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de hoofdinsolventieprocedure;
19° zetel: de statutaire zetel;
20° opschorting: het door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium teneinde een gerechtelijke reorganisatie en een overdracht onder gerechtelijk gezag te realiseren;
21° reorganisatieplan: het in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in de artikelen XX.70 en volgende, XX.83/3 en volgende of in de loop van een besloten gerechtelijke reorganisatie bedoeld in de artikelen XX.83/22 en volgende;
21° /1 nieuwe financiering: elke nieuwe financiële bijstand waarin wordt voorzien door een bestaande of nieuwe schuldeiser of kapitaalhouder teneinde een reorganisatieplan uit te voeren en die in dat plan is inbegrepen;
22° restschulden: de schulden die onbetaald zijn gebleven bij het einde van de insolventieprocedure;
23° Insolventieverordening: de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
23° /1 gerechtelijke vereffening: gerechtelijke ontbinding gevolgd door vereffening;
24° moedervennootschap: een vennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent over een of meer vennootschappen; een vennootschap die geconsolideerde financiële overzichten opstelt overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad wordt geacht een moedervennootschap te zijn;
25° vennootschapsgroep: een moedervennootschap en al haar dochtervennootschappen;
26° verbonden ondernemingen: ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
27° elektronische ondertekening: een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen en hun instemming met de inhoud van de akte te verzekeren;
28° minister: de minister bevoegd voor Justitie;
29° dreigende insolventie: toestand waarin de continuïteit van de activiteiten van de schuldenaar, onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
30° Richtlijn (EU) 2019/1023: Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132.]1
----------
(1)<W 2023-06-07/07, art. 3, 122; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
Bron: Justel
