Artikel XI.77, WER
Art. XI.77.[1 § 1. Wanneer een aanvrager of een houder van een octrooi een termijn voor een handeling in een procedure voor de Dienst niet in acht heeft genomen, en dit verzuim het verlies van rechten ten aanzien van een aanvraag of octrooi tot rechtstreeks gevolg heeft, worden de rechten van de aanvrager of de houder ten aanzien van de desbetreffende aanvraag of het desbetreffende octrooi door de Dienst hersteld indien :
1° een verzoek daartoe bij de Dienst wordt gedaan overeenkomstig de door de Koning gestelde voorwaarden en binnen de door de Koning bepaalde termijn;
2° de niet-gestelde handeling moet worden verricht binnen de in 1° vermelde termijn voor de indiening van het verzoek;
3° in het verzoekschrift de redenen worden vermeld waarom de vastgestelde termijn niet in acht is genomen;
4° de Dienst vaststelt dat het verzuim de termijn in acht te nemen is ontstaan ondanks dat in het onderhavige geval de nodige zorg is betracht.
Het verzoek tot herstel wordt in het register ingeschreven.
Een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de onder 3° bedoelde redenen worden bij de Dienst ingediend binnen een door de Koning bepaalde termijn.
[2 Het verzoek tot herstel wordt pas behandeld nadat de voorgeschreven taks met betrekking tot dit verzoek is betaald. De betaling van deze taks wordt uitgevoerd binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. Bij het niet in acht nemen van deze termijn is het verzoek tot herstel van rechtswege zonder gevolg.]2
§ 2. Een verzoekschrift uit hoofde van paragraaf 1 kan niet geheel of ten dele worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.
Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot herstel, worden de juridische gevolgen van het verzuim de termijn in acht te nemen, geacht zich niet te hebben voorgedaan.
De beslissing tot herstel of tot weigering wordt in het register ingeschreven.
Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot herstel, onverminderd paragraaf 1, 2°, moet in geval van verval ingevolge het verzuim de termijn bedoeld in artikel XI.48, in acht te nemen, elke jaartaks die, in de loop van de periode beginnend op de datum waarop het verlies van het recht zich voordoet en gaande tot en met de datum waarop de beslissing tot het herstel wordt ingeschreven in het register, zou vervallen zijn, worden gekweten binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf deze laatste datum.
§ 3. Degene die, tussen het moment waarop de rechten, als bepaald in artikel XI.48, § 2, vervallen en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van de uitvinding die het voorwerp uitmaakt van het octrooi of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag deze uitvinding blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is. Voorbehoud wordt gemaakt voor de toepassing van de wet van 10 januari 1955.
Het voorgaande lid is ook van toepassing wanneer de bescherming voorzien in artikel XI.35, § 1, opnieuw uitwerking heeft ten gevolge van het herstel van de octrooiaanvraag.
§ 4. Een verzoek tot herstel in de rechten als bedoeld in paragraaf 1 is niet ontvankelijk voor :
1° de termijnen bedoeld in paragraaf 1 en in paragraaf 2, vierde lid;
2° de termijnen bedoeld in artikel XI.20, §§ 8 tot 10.
De Koning bepaalt in voorkomend geval andere termijnen dan deze vermeld in het vorige lid, voor dewelke een verzoek tot herstel niet ontvankelijk is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 18, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>
1° een verzoek daartoe bij de Dienst wordt gedaan overeenkomstig de door de Koning gestelde voorwaarden en binnen de door de Koning bepaalde termijn;
2° de niet-gestelde handeling moet worden verricht binnen de in 1° vermelde termijn voor de indiening van het verzoek;
3° in het verzoekschrift de redenen worden vermeld waarom de vastgestelde termijn niet in acht is genomen;
4° de Dienst vaststelt dat het verzuim de termijn in acht te nemen is ontstaan ondanks dat in het onderhavige geval de nodige zorg is betracht.
Het verzoek tot herstel wordt in het register ingeschreven.
Een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de onder 3° bedoelde redenen worden bij de Dienst ingediend binnen een door de Koning bepaalde termijn.
[2 Het verzoek tot herstel wordt pas behandeld nadat de voorgeschreven taks met betrekking tot dit verzoek is betaald. De betaling van deze taks wordt uitgevoerd binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. Bij het niet in acht nemen van deze termijn is het verzoek tot herstel van rechtswege zonder gevolg.]2
§ 2. Een verzoekschrift uit hoofde van paragraaf 1 kan niet geheel of ten dele worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.
Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot herstel, worden de juridische gevolgen van het verzuim de termijn in acht te nemen, geacht zich niet te hebben voorgedaan.
De beslissing tot herstel of tot weigering wordt in het register ingeschreven.
Wanneer gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot herstel, onverminderd paragraaf 1, 2°, moet in geval van verval ingevolge het verzuim de termijn bedoeld in artikel XI.48, in acht te nemen, elke jaartaks die, in de loop van de periode beginnend op de datum waarop het verlies van het recht zich voordoet en gaande tot en met de datum waarop de beslissing tot het herstel wordt ingeschreven in het register, zou vervallen zijn, worden gekweten binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf deze laatste datum.
§ 3. Degene die, tussen het moment waarop de rechten, als bepaald in artikel XI.48, § 2, vervallen en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van de uitvinding die het voorwerp uitmaakt van het octrooi of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag deze uitvinding blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is. Voorbehoud wordt gemaakt voor de toepassing van de wet van 10 januari 1955.
Het voorgaande lid is ook van toepassing wanneer de bescherming voorzien in artikel XI.35, § 1, opnieuw uitwerking heeft ten gevolge van het herstel van de octrooiaanvraag.
§ 4. Een verzoek tot herstel in de rechten als bedoeld in paragraaf 1 is niet ontvankelijk voor :
1° de termijnen bedoeld in paragraaf 1 en in paragraaf 2, vierde lid;
2° de termijnen bedoeld in artikel XI.20, §§ 8 tot 10.
De Koning bepaalt in voorkomend geval andere termijnen dan deze vermeld in het vorige lid, voor dewelke een verzoek tot herstel niet ontvankelijk is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
(2)<W 2022-09-25/06, art. 18, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>
Bron: Justel
