Artikel XVII.13, WER
Art. XVII.13.[1 De onderneming is er toe gehouden, binnen een termijn van maximum een maand, de bewijzen te leveren betreffende de materiële juistheid van de feitelijke gegevens die zij meedeelt in het kader van een handelspraktijk, als er een vordering tot staking wordt ingesteld door :
1° de minister en, in voorkomend geval, de bevoegde minister bedoeld in artikel XVII.8;
2° de andere personen bedoeld in artikelen XVII.7, voor zover, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de onderneming en van elke andere partij bij de procedure, de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 van oordeel is dat dergelijke eis aangepast is aan de omstandigheden van het concrete geval.
Wanneer de bewijzen vereist krachtens het eerste lid niet worden geleverd of onvoldoende worden geacht, kan de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 de feitelijke gegevens als onjuist beschouwen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
1° de minister en, in voorkomend geval, de bevoegde minister bedoeld in artikel XVII.8;
2° de andere personen bedoeld in artikelen XVII.7, voor zover, rekening houdend met de gerechtvaardigde belangen van de onderneming en van elke andere partij bij de procedure, de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 van oordeel is dat dergelijke eis aangepast is aan de omstandigheden van het concrete geval.
Wanneer de bewijzen vereist krachtens het eerste lid niet worden geleverd of onvoldoende worden geacht, kan de voorzitter van de [2 ondernemingsrechtbank]2 de feitelijke gegevens als onjuist beschouwen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
(2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
