Artikel VII.214/10, WER
Art. VII.214/10. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van de voorgaande bepalingen van dit hoofdstuk, indien de kredietgever of de kredietbemiddelaar de verplichtingen of verbodsbepalingen, vervat in titel 4, hoofdstuk 2, of in de in uitvoering ervan genomen besluiten schendt, mag de consument op ieder ogenblik en zonder enige vergoeding het krediet terug betalen. Indien de consument van dit recht gebruik maakt en de debetrentevoet of de periodieke rentevoet niet kan worden bepaald doordat de kredietovereenkomst niet de nodige elementen bevat, worden de gelopen intresten berekend aan de wettelijke rentevoet.
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde rechtsmiddel doet geen afbreuk aan alle overige rechten of middelen van verhaal die de consument kan doen gelden.]1
----------
(1)<W 2016-04-22/01, art. 32, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde rechtsmiddel doet geen afbreuk aan alle overige rechten of middelen van verhaal die de consument kan doen gelden.]1
----------
(1)<W 2016-04-22/01, art. 32, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
Bron: Justel
