Artikel VII.135, WER

Art. VII.135. [1 § 1. De wedersamenstelling van kapitaal gebeurt door middel van een aan de kredietovereenkomst toegevoegd contract. Een toegevoegd contract is geen nevendienst.
  Dit toegevoegd contract mag enkel bestaan uit een levensverzekeringscontract, uit een kapitalisatiecontract of uit een andere vorm van sparen.
  Het wedersamengestelde kapitaal is op eender welk ogenblik de afkoopwaarde of gevormd kapitaal in geval van een levensverzekerings- of kapitalisatieovereenkomst of het reeds gespaarde kapitaal in de andere gevallen van spaarovereenkomsten.
  Wanneer de wedersamenstelling bij de kredietgever gebeurt, wordt, ingeval van wettelijke of gerechtelijke ontbinding of van faillissement van deze laatste, het wedersamengestelde kapitaal bij schuldvergelijking aangewend voor de vermindering van de schuldvordering van de kredietgever zonder dat enige vergoeding verschuldigd is.
  Wanneer de wedersamenstelling niet bij de kredietgever gebeurt, wordt de wedersamenstellende derde, op het ogenblik waarop het krediet opeisbaar of terugbetaalbaar wordt, de enige schuldenaar van de kredietgever voor het wedersamengesteld kapitaal. In dat geval oefent de kredietgever de rechten uit van de consument tegenover de wedersamenstellende derde.
  § 2. De wedersamenstellling mag niet slaan op een bedrag dat groter is dan het kapitaal of, na een gedeeltelijke terugbetaling, het nog terug te betalen kapitaal.
  § 3. Wanneer de duur bepaald voor de wedersamenstelling langer is dan de looptijd van de kredietovereenkomst, heeft de consument het recht te eisen dat de kredietgever het krediet verder zet, tot op het ogenblik dat het kapitaal wedersamengesteld is, zonder enige vergoeding of renteverhoging.
  In voorkomend geval wordt de nieuwe kredietovereenkomst verleden op kosten van de consument.
  § 4. De Koning kan bijkomende regels bepalen waaraan de wedersamenstelling moet voldoen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>

  
Bron: Justel