Artikel VI.91/4, WER

Art. VI.91/4. [1 Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken :
   1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
   2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;
   3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;
   4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-04/53, art. 17, 080; Inwerkingtreding : 01-12-2020>
  

  
Bron: Justel