Artikel XI.205, WER

Art. XI.205.[1 § 1. Alleen de uitvoerende kunstenaar heeft het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproductie ervan toe te staan, op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk.
  Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om de verhuring of de uitlening ervan toe te staan.
  Alleen hij heeft het recht om zijn prestatie volgens om het even welk procédé, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, aan het publiek mede te delen.
  De rechten van de uitvoerende kunstenaar omvatten onder meer het exclusieve distributierecht dat slechts wordt uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de uitvoerende kunstenaar van de reproductie van zijn prestatie in de Europese Unie of met diens toestemming.
  Ook variété- en circusartiesten worden als uitvoerende kunstenaars beschouwd. Aanvullende kunstenaars die volgens de beroepsgebruiken als dusdanig zijn erkend, worden niet als uitvoerende kunstenaars beschouwd.
  § 2. Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als uitvoerend kunstenaar aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.
  § 3. Ten aanzien van de uitvoerende kunstenaar worden alle contracten schriftelijk bewezen.
  De contractuele bedingen met betrekking tot de rechten van de uitvoerende kunstenaar en de [2 exploitatiewijzen]2 ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp waarin een vastlegging van de prestatie is geïncorporeerd, leidt niet tot het recht om de prestatie te exploiteren.
  [2 Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de uitvoerende kunstenaar, de reikwijdte en de duur van de overdracht of de licentie uitdrukkelijk worden bepaald.]2
  [2 De persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer]2 moet de prestatie overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren.
  De overdracht van de rechten [2 of de verlening van een licentie]2 betreffende nog onbekende exploitatievormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling.
  [2 De overdracht of de licentie van de vermogensrechten betreffende toekomstige prestaties geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de prestaties waarop de overdracht of de licentie betrekking heeft, bepaald is.]2
  § 4. [2 Wanneer een uitvoerende kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien en voor zover de prestatie binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.
   Wanneer een uitvoerende kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover de prestatie bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien.
   In die gevallen is paragraaf 3, derde tot zesde lid, niet van toepassing.]2]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2022-06-19/03, art. 29, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>

  
Bron: Justel