Artikel XVI.16, WER

Art. XVI.16. [1 § 1. Van zodra de Consumenten-ombudsdienst over alle documenten beschikt die nodig zijn voor het onderzoek van de aanvraag bedoeld in artikel XVI.15, § 3, deelt hij de partijen mee dat hij de volledige aanvraag heeft ontvangen, alsook de datum waarop.
  § 2. De Consumentenombudsdienst weigert een aanvraag bedoeld in paragraaf 1 te behandelen :
  1° wanneer de klacht verzonnen, kwetsend of eerrovend is;
  2° wanneer de klacht anoniem wordt ingediend of wanneer de tegenpartij niet is of kan worden geïdentificeerd;
  3° wanneer de klacht reeds door een gekwalificeerde entiteit werd behandeld, ook indien zij niet ontvankelijk werd verklaard omwille van één van de redenen opgesomd in artikel XVI.25, § 1, 7°, met uitzondering van punt e);
  4° wanneer de klacht de regeling van een geschil beoogt dat reeds het voorwerp uitmaakt of heeft uitgemaakt van een vordering in rechte;
  § 3. De Consumentenombudsdienst kan een aanvraag bedoeld in paragraaf 1 weigeren te behandelen :
  1° wanneer de betreffende klacht niet voorafgaandelijk bij de betrokken onderneming werd ingediend;
  2° wanneer de betreffende klacht meer dan een jaar geleden bij de betrokken onderneming werd ingediend;
  3° wanneer de behandeling van het geschil de effectieve werking van de Consumentenombudsdienst ernstig in het gedrang zou brengen.
  § 4. De Consumentenombudsdienst deelt zijn beslissing om de behandeling van de aanvraag verder te zetten of te weigeren aan de partijen mee binnen een termijn van drie weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In geval van weigering wordt de beslissing gemotiveerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-04/41, art. 3, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2015>

  
Bron: Justel