Artikel XV.66/8, WER
Art. XV.66/8. [1 § 1. Wanneer de aanbieder van databemiddelingsdiensten of de organisatie voor data-altruïsme zich niet binnen de door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme vastgestelde termijn heeft geschikt naar de waarschuwing bedoeld in artikel XV.66/7, stelt het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme een proces-verbaal op tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten.
De door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Binnen dertig dagen na de vaststelling dat aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven, wordt een afschrift van het proces-verbaal per aangetekende zending met ontvangstbevestiging aan de aanbieder van databemiddelingsdiensten of de organisatie voor data-altruïsme betekend of persoonlijk overhandigd, op een van de wijzen bepaald in artikel XV.2, § 2.
§ 2. Onverminderd andere bij wettelijke of reglementaire bepalingen voorgeschreven maatregelen, kunnen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 een administratieve procedure opstarten indien geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing bedoeld in artikel XV.66/7.
Deze ambtenaren oefenen die bevoegdheid uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. Zij mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen die betrokken zijn in de procedure.
§ 3. Het proces-verbaal, met daarbij een afschrift van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing en alle andere relevante informatie, wordt door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme voorgelegd aan de in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren. Na beoordeling van de grondslag en de inhoud van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing, van het in paragraaf 1 bedoelde proces-verbaal en, in voorkomend geval, van de door de aanbieder van databemiddelingsdiensten aangevoerde verweermiddelen, kunnen deze ambtenaren:
1° eisen dat de aanvang van de uitoefening van de activiteit van databemiddeling wordt uitgesteld dan wel dat de verlening ervan wordt geschorst voor een duur die zij bepalen;
2° in geval van ernstige of herhaalde inbreuken eisen dat de uitoefening van de activiteit van databemiddeling wordt stopgezet voor een duur die zij bepalen;
3° een administratieve geldboete opleggen van een bedrag tussen 250 en 100.000 euro, vermeerderd met de opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten, of ten belope van 6 % van de totale jaaromzet van het laatste boekjaar voorafgaand aan het opleggen van de geldboete waarvoor gegevens beschikbaar zijn aan de hand waarvan de jaaromzet kan worden vastgesteld, indien dit een hoger bedrag is.
De uiteindelijke begunstigden, zoals bedoeld in artikel 4, 27°, tweede lid, a) en c), van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de zaakvoerders en de bestuurders van rechtspersonen in functie bij het opleggen van de geldboete en gedurende het voorafgaande jaar, kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de inbreuken bedoeld in paragraaf 1.
§ 4. Na beoordeling van de grondslag en de inhoud van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing en, in voorkomend geval, van de door de organisatie voor data-altruïsme aangevoerde verweermiddelen, beslissen de bevoegde ambtenaren, bedoeld in paragraaf 2:
1° het gebruik van het label van "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" in alle schriftelijke en mondelinge communicatie te verbieden. Deze beslissing wordt door de bevoegde ambtenaren openbaar gemaakt op de in paragraaf 6 bepaalde wijze;
2° over te gaan tot schrapping uit het betrokken openbaar nationaal register van erkende organisaties voor data-altruïsme en uit het openbaar register van erkende organisaties voor data-altruïsme binnen de Europese Unie.
§ 5. De in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren kunnen beslissen om aan de administratieve geldboete, bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, een bevel te koppelen om de door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme vastgestelde inbreuk binnen een bepaalde termijn te staken op straffe van een dwangsom waarvan het totaalbedrag niet hoger mag zijn dan 800.000 euro.
De dwangsom wordt opgelegd en bepaald door de in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren. De dwangsom kan als eenmalig bedrag, dan wel als bedrag per tijdseenheid of per inbreuk worden vastgesteld. In de laatste twee gevallen kan ook een bedrag worden bepaald waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.
De dwangsom kan worden opgeheven, voor een bepaalde periode worden geschorst of het bedrag van de dwangsom kan worden verlaagd op verzoek van de aanbieder van databemiddelingsdiensten tegen wie een bevel is uitgevaardigd om de inbreuk binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom te staken, indien hij definitief of tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, niet in staat is aan het bevel te voldoen. Als het bevel om de inbreuk te staken wordt opgeheven, wordt de dwangsom automatisch opgeheven.
De dwangsom is van rechtswege verschuldigd na het verstrijken van de termijn opgenomen in het stakingsbevel.
De dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij verbeurd is.
§ 6. Onverminderd de andere maatregelen voorgeschreven in dit Wetboek, kan de beslissing genomen op grond van paragraaf 4, 1°, door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2 openbaar worden gemaakt om consumenten en ondernemingen te waarschuwen of te informeren over het verbod dat aan de organisatie voor data-altruïsme wordt opgelegd om in elke schriftelijke en mondelinge communicatie het label "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" te gebruiken. In dit kader mogen de in paragraaf 2 bedoelde ambtenaren ook gegevens publiceren ter identificatie van de overtreder en gegevens met betrekking tot de vastgestelde overtredingen, de onderliggende praktijken, de middelen die zijn gebruikt om deze overtredingen te begaan en het besluit betreffende de opgelegde administratieve sanctie. Adressen mogen enkel worden gepubliceerd indien de overtreder daar niet zijn woonplaats heeft.
De beslissing om tot publicatie over te gaan, is vervat in de beslissing genomen op grond van paragraaf 4, 1°, en kan het voorwerp uitmaken van het beroep bedoeld in artikel XV.66/10. Er zal pas tot publicatie worden overgegaan nadat de in hetzelfde artikel bedoelde beroepstermijn is verstreken of, in voorkomend geval, nadat de in artikel XV.60/15 bedoelde beroepstermijn is verstreken.
De publicatie vindt plaats op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die toegankelijk is voor elke burger. De publicatie wordt verwijderd zodra de onderneming het bewijs levert dat ze de inbreuk heeft gecorrigeerd en dat er een beslissing is genomen dat de onderneming opnieuw het label "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" mag gebruiken in alle schriftelijke en mondelinge communicatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 28, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
De door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Binnen dertig dagen na de vaststelling dat aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven, wordt een afschrift van het proces-verbaal per aangetekende zending met ontvangstbevestiging aan de aanbieder van databemiddelingsdiensten of de organisatie voor data-altruïsme betekend of persoonlijk overhandigd, op een van de wijzen bepaald in artikel XV.2, § 2.
§ 2. Onverminderd andere bij wettelijke of reglementaire bepalingen voorgeschreven maatregelen, kunnen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 een administratieve procedure opstarten indien geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing bedoeld in artikel XV.66/7.
Deze ambtenaren oefenen die bevoegdheid uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. Zij mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen die betrokken zijn in de procedure.
§ 3. Het proces-verbaal, met daarbij een afschrift van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing en alle andere relevante informatie, wordt door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme voorgelegd aan de in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren. Na beoordeling van de grondslag en de inhoud van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing, van het in paragraaf 1 bedoelde proces-verbaal en, in voorkomend geval, van de door de aanbieder van databemiddelingsdiensten aangevoerde verweermiddelen, kunnen deze ambtenaren:
1° eisen dat de aanvang van de uitoefening van de activiteit van databemiddeling wordt uitgesteld dan wel dat de verlening ervan wordt geschorst voor een duur die zij bepalen;
2° in geval van ernstige of herhaalde inbreuken eisen dat de uitoefening van de activiteit van databemiddeling wordt stopgezet voor een duur die zij bepalen;
3° een administratieve geldboete opleggen van een bedrag tussen 250 en 100.000 euro, vermeerderd met de opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten, of ten belope van 6 % van de totale jaaromzet van het laatste boekjaar voorafgaand aan het opleggen van de geldboete waarvoor gegevens beschikbaar zijn aan de hand waarvan de jaaromzet kan worden vastgesteld, indien dit een hoger bedrag is.
De uiteindelijke begunstigden, zoals bedoeld in artikel 4, 27°, tweede lid, a) en c), van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de zaakvoerders en de bestuurders van rechtspersonen in functie bij het opleggen van de geldboete en gedurende het voorafgaande jaar, kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de inbreuken bedoeld in paragraaf 1.
§ 4. Na beoordeling van de grondslag en de inhoud van de in artikel XV.66/7 bedoelde waarschuwing en, in voorkomend geval, van de door de organisatie voor data-altruïsme aangevoerde verweermiddelen, beslissen de bevoegde ambtenaren, bedoeld in paragraaf 2:
1° het gebruik van het label van "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" in alle schriftelijke en mondelinge communicatie te verbieden. Deze beslissing wordt door de bevoegde ambtenaren openbaar gemaakt op de in paragraaf 6 bepaalde wijze;
2° over te gaan tot schrapping uit het betrokken openbaar nationaal register van erkende organisaties voor data-altruïsme en uit het openbaar register van erkende organisaties voor data-altruïsme binnen de Europese Unie.
§ 5. De in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren kunnen beslissen om aan de administratieve geldboete, bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, een bevel te koppelen om de door het controleorgaan voor de databemiddelingsdiensten en de organisaties voor data-altruïsme vastgestelde inbreuk binnen een bepaalde termijn te staken op straffe van een dwangsom waarvan het totaalbedrag niet hoger mag zijn dan 800.000 euro.
De dwangsom wordt opgelegd en bepaald door de in paragraaf 2 bedoelde bevoegde ambtenaren. De dwangsom kan als eenmalig bedrag, dan wel als bedrag per tijdseenheid of per inbreuk worden vastgesteld. In de laatste twee gevallen kan ook een bedrag worden bepaald waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.
De dwangsom kan worden opgeheven, voor een bepaalde periode worden geschorst of het bedrag van de dwangsom kan worden verlaagd op verzoek van de aanbieder van databemiddelingsdiensten tegen wie een bevel is uitgevaardigd om de inbreuk binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom te staken, indien hij definitief of tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, niet in staat is aan het bevel te voldoen. Als het bevel om de inbreuk te staken wordt opgeheven, wordt de dwangsom automatisch opgeheven.
De dwangsom is van rechtswege verschuldigd na het verstrijken van de termijn opgenomen in het stakingsbevel.
De dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij verbeurd is.
§ 6. Onverminderd de andere maatregelen voorgeschreven in dit Wetboek, kan de beslissing genomen op grond van paragraaf 4, 1°, door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 2 openbaar worden gemaakt om consumenten en ondernemingen te waarschuwen of te informeren over het verbod dat aan de organisatie voor data-altruïsme wordt opgelegd om in elke schriftelijke en mondelinge communicatie het label "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" te gebruiken. In dit kader mogen de in paragraaf 2 bedoelde ambtenaren ook gegevens publiceren ter identificatie van de overtreder en gegevens met betrekking tot de vastgestelde overtredingen, de onderliggende praktijken, de middelen die zijn gebruikt om deze overtredingen te begaan en het besluit betreffende de opgelegde administratieve sanctie. Adressen mogen enkel worden gepubliceerd indien de overtreder daar niet zijn woonplaats heeft.
De beslissing om tot publicatie over te gaan, is vervat in de beslissing genomen op grond van paragraaf 4, 1°, en kan het voorwerp uitmaken van het beroep bedoeld in artikel XV.66/10. Er zal pas tot publicatie worden overgegaan nadat de in hetzelfde artikel bedoelde beroepstermijn is verstreken of, in voorkomend geval, nadat de in artikel XV.60/15 bedoelde beroepstermijn is verstreken.
De publicatie vindt plaats op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die toegankelijk is voor elke burger. De publicatie wordt verwijderd zodra de onderneming het bewijs levert dat ze de inbreuk heeft gecorrigeerd en dat er een beslissing is genomen dat de onderneming opnieuw het label "in de Unie erkende organisatie voor data-altruïsme" mag gebruiken in alle schriftelijke en mondelinge communicatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 28, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
Bron: Justel
