Artikel XVII.90, WER

Art. XVII.90. [1 § 1. De verjaringstermijnen van het gemeen recht voor het instellen van rechtsvordering tot schadevergoeding voor inbreuken op het mededingingsrecht beginnen te lopen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de inbreuk op het mededingingsrecht is stopgezet en waarop de eiser weet heeft of redelijkerwijs geacht kan worden weet te hebben van:
   1° de gedraging en het feit dat deze gedraging een inbreuk op het mededingingsrecht vormt;
   2° het feit dat hij door de inbreuk op het mededingingsrecht schade heeft geleden en
   3° de identiteit van de inbreukpleger.
   Voor de voortdurende of herhaalde inbreuken wordt de inbreuk geacht te zijn beëindigd op de dag waarop de laatste inbreuk is geëindigd.
   § 2. De verjaringstermijnen bedoeld in paragraaf 1 worden gestuit wanneer een mededingingsautoriteit een handeling verricht tot onderzoek of vervolging van de inbreuk op het mededingingsrecht waarop de rechtsvordering tot schadevergoeding betrekking heeft. Deze stuiting eindigt op de dag die volgt op de dag na de vaststelling van een definitieve inbreukbeslissing of nadat de procedure op een andere wijze is beëindigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 43, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
  

  
Bron: Justel