Artikel XI.102, WER

Art. XI.102.[1 § 1. Wanneer een aanvrager van een certificaat of van een verlenging van de duur of een houder van een certificaat een termijn voor een handeling in een procedure voor de Dienst niet in acht heeft genomen, en dit verzuim het verlies van rechten ten aanzien van een certificaat of van de aanvraag van een certificaat of voor verlenging van de duur tot rechtstreeks gevolg heeft, worden de rechten van de aanvrager of de houder ten aanzien van het desbetreffende certificaat of de desbetreffende aanvraag van een certificaat of voor de verlenging van de duur door de Dienst hersteld indien :
  1° een verzoek daartoe bij de Dienst wordt gedaan overeenkomstig de door de Koning gestelde voorwaarden en binnen de door de Koning bepaalde termijn;
  2° de niet-gestelde handeling wordt verricht binnen de in 1° vermelde termijn voor de indiening van het verzoek;
  3° in het verzoekschrift de redenen worden vermeld waarom de vastgestelde termijn niet in acht is genomen;
  4° de Dienst vaststelt dat het verzuim de termijn in acht te nemen is ontstaan ondanks dat in het onderhavige geval de nodige zorg is betracht.
  Het verzoek tot herstel wordt in het register ingeschreven.
  Een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de onder 3° bedoelde redenen worden bij de Dienst ingediend binnen een door de Koning bepaalde termijn.
  [2 Het verzoek tot herstel wordt pas behandeld nadat de voorgeschreven taks met betrekking tot dit verzoek is betaald. De betaling van deze taks wordt uitgevoerd binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. Bij het niet in acht nemen van deze termijn is het verzoek tot herstel van rechtswege zonder gevolg.]2
  § 2. Een verzoekschrift uit hoofde van paragraaf 1 kan niet geheel of ten dele worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.
  De beslissing tot herstel of tot weigering wordt in het register ingeschreven.
  § 3. Degene die, tussen het moment waarop de rechten, als bepaald in artikel XI.101, § 4, vervallen en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van het product dat het voorwerp uitmaakt van de door het certificaat verleende bescherming of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag dit product blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
  (2)<W 2022-09-25/06, art. 24, 119; Inwerkingtreding : 01-12-2022>

  
Bron: Justel