Artikel IV.78, WER

Art. IV.78.[1 Voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en van Verordening (EG) nr. 139/2004, hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, alsook in voorkomend geval zulke informatie die werd verkregen van de Europese Commissie of van de nationale mededingingsautoriteiten als bewijsmiddel te gebruiken, onder voorbehoud van de waarborgen bepaald in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003.
   Met toepassing van het eerste lid, kunnen de clementieverklaringen die bij de Belgische Mededingingsautoriteit zijn ingediend worden overgemaakt aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, onder de volgende voorwaarden:
   1° ofwel met de toestemming van de verzoeker;
   2° ofwel indien de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring, van dezelfde verzoeker eveneens een clementieverzoek met betrekking tot dezelfde inbreuk heeft ontvangen als de Belgische Mededingingsautoriteit, op voorwaarde dat er op het tijdstip van overmaking van de clementieverklaring voor de verzoeker geen mogelijkheid bestaat om de informatie terug in te trekken die hij heeft meegedeeld aan de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring.
   De Belgische Mededingingsautoriteit kan samenwerkingsakkoorden met betrekking tot het uitwisselen van informatie en het gebruik ervan als bewijsmiddel sluiten met mededingingsautoriteiten uit derde landen, onder voorbehoud van de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. Deze samenwerkingsakkoorden krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning.]1
  ----------
  (1)<W 2022-02-28/02, art. 59, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>

  
Bron: Justel