Artikel XV.8, WER

Art. XV.8.[1 § 1. De Koning wijst de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan die eveneens bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
  De Koning bepaalt de voorwaarden betreffende de ervaring en de opleiding van deze ambtenaren.
  § 2. De bevoegdheden van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, toegekend aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, kunnen slechts worden uitgeoefend met het oog op de opsporing, de vaststelling en het onderzoek betreffende de inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, en in [2 de artikelen 196, [3 197, 210bis,]3 299, 494 en Boek 2, Titel IX, Hoofdstuk II, afdeling III, van het Strafwetboek]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-11-20/02, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 6)>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 38, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (3)<W 2018-07-30/47, art. 31, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  
Bron: Justel