Artikel XI.234, WER

Art. XI.234.[1 § 1. Met betrekking tot de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding, kan de Koning de verdeelsleutel vaststellen tussen de volgende categorieën van werken :
  1) de werken van letterkunde;
  2) de werken van beeldende of grafische kunst;
  3) de geluidswerken;
  4) de audiovisuele werken.
  Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de geluidswerken en audiovisuele werken, wordt naar rata van een derde, verdeeld tussen auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten.
  Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de werken van letterkunde en de werken van beeldende of grafische kunst, [2 wordt toegewezen aan de auteurs]2.
  Het tweede en het derde lid zijn van dwingend recht.
  Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de geluidswerken en audiovisuele werken, waarop de auteurs en de uitvoerende kunstenaars recht hebben, is onoverdraagbaar.
  [2 De in artikel XI.229 bedoelde vergoeding die betrekking heeft op]2 de werken van letterkunde en de werken van beeldende of grafische kunst, waarop de auteurs recht hebben, is onoverdraagbaar.
  § 2. De Gemeenschappen en de Federale Staat kunnen besluiten om dertig procent van de opbrengst van de vergoeding waarvan sprake is in de voorgaande paragraaf, te gebruiken ter aanmoediging van de schepping van werken, en zulks door middel van een samenwerkingsakkoord met toepassing van artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2016-12-22/03, art. 25, 045; Inwerkingtreding : 10-03-2017 (KB 2017-03-05/01, art. 21)>

  
Bron: Justel