Artikel VII.143, WER

Art. VII.143.[1 § 1. De periodieke rentevoet en de debetrentevoet zijn vast of veranderlijk. Indien één of meer vaste rentevoeten bedongen zijn, gelden deze voor de duur bedongen in de kredietovereenkomst.
  § 2. Behoudens de uitzonderingen bedoeld in dit artikel met betrekking tot de veranderlijkheid van de debetrentevoet en/of de periodieke rentevoet, en onverminderd het bepaalde in artikel VII.145 wordt elk beding dat er toe strekt de rentevoeten of de kosten te wijzigen, voor niet geschreven gehouden.
  § 3. Indien de veranderlijkheid van de periodieke rentevoet overeengekomen werd, mag er slechts één rentevoet zijn per kredietovereenkomst. Op deze periodieke rentevoet zijn de volgende regels van toepassing :
  1° de periodieke rentevoet moet zowel in meer als in min schommelen;
  2° de periodieke rentevoet mag slechts veranderen bij het verstrijken van bepaalde periodes die niet minder dan één jaar mogen bedragen;
  3° de verandering van de periodieke rentevoet moet gebonden zijn aan de schommelingen van een referte-index, genomen uit een reeks referte-indexen in functie van de duur van de perioden van verandering van de rentevoet.
  De lijst en de berekeningswijze van de referte-indexen worden bepaald door de Koning, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, genomen op advies van de Bank [2 ...]2;
  4° de oorspronkelijke periodieke rentevoet is de rentevoet waartegen de rente wordt berekend die de consument verschuldigd is op het tijdstip van de eerste rentebetaling;
  5° de oorspronkelijke waarde van de referte-index is de waarde van de referte-index die voorkomt op de tarieflijst van rentevoeten voor het desbetreffende soort krediet en betreft de waarde van de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van dat tarief;
  6° bij het verstrijken van de periodes bepaald in de kredietovereenkomst is de periodieke rentevoet voor de nieuwe periode gelijk aan de oorspronkelijke rentevoet vermeerderd met het verschil tussen de waarde van de referte-index verschenen in de kalendermaand die voorafgaat aan de datum van de verandering, en de oorspronkelijke waarde van die index.
  Indien de oorspronkelijke periodieke rentevoet het resultaat is van een voorwaardelijke vermindering, mag de kredietgever voor het bepalen van de nieuwe rentevoet uitgaan van een hogere debetrentevoet [4 in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § 1,]4 indien de consument de gestelde voorwaarde of voorwaarden niet langer nakomt. De verhoging mag niet meer bedragen dan de vermindering toegekend in het begin van het krediet uitgedrukt in percent per periode;
  7° onverminderd hetgeen bepaald is in 8° hierna, moet de kredietovereenkomst bepalen dat de verandering van de periodieke rentevoet beperkt wordt zowel in meer als in min, tot een bepaald verschil ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, zonder dat dit verschil in geval van stijging van de periodieke rentevoet meer mag bedragen dan het verschil in geval van daling.
  Indien de oorspronkelijke periodieke rentevoet het resultaat is van een voorwaardelijke vermindering, mag de kredietovereenkomst bepalen dat bij de in het eerste lid beoogde verandering rekening wordt gehouden met een hogere rentevoet [4 in de gevallen bedoeld in artikel VII.147, § ]4, indien de gestelde voorwaarde of voorwaarden voor de vermindering niet langer worden nagekomen. De toegepaste verhoging mag niet meer bedragen dan de vermindering toegekend in het begin van het krediet uitgedrukt in percent per periode.
  De kredietovereenkomst mag verder bepalen dat er geen wijziging van de periodieke rentevoet is dan wanneer de wijziging in meer of in min, ten aanzien van de rentevoet van de vorige periode, een bepaald minimumverschil bereikt;
  8° indien de eerste periode een kortere duur heeft dan drie jaren, kan een verhoging van de periodieke rentevoet niet tot gevolg hebben dat de rentevoet die van toepassing is gedurende het tweede jaar verhoogd wordt met meer dan wat overeenstemt met één procentpunt `s jaars ten opzichte van de oorspronkelijke rentevoet, noch dat de periodieke rentevoet die van toepassing is gedurende het derde jaar verhoogd wordt met meer dan wat overeenstemt met twee procentpunten `s jaars ten opzichte van die oorspronkelijke rentevoet.
  § 4. In geval van verandering van de periodieke rentevoet en wanneer er aflossing is van het kapitaal, worden de bedragen der periodieke lasten berekend aan de nieuwe rentevoet volgens de bepalingen van de kredietovereenkomst. Bij gebrek aan zulke bepalingen worden de periodieke lasten berekend in functie van het verschuldigd blijvend saldo en van de overblijvende looptijd, volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
  In geval van verandering van de periodieke rentevoet en wanneer er geen aflossing is van het kapitaal, worden de intresten berekend aan de nieuwe debetrentevoet volgens de technische methode die oorspronkelijk gebruikt werd.
  § 5. De tijdstippen, voorwaarden en modaliteiten van de verandering van de periodieke rentevoet evenals de oorspronkelijke waarde van de referte-index moeten voorkomen in de kredietovereenkomst.
  Er kan slechts een enkele referte-index, genomen uit de lijst vastgelegd door de Koning overeenkomstig paragraaf 7, aangewend worden bij de berekening van de periodieke rentevoet.
  De kredietgever houdt het historische archief van die indexen bij.
  § 6. In voorkomend geval wordt de consument op een [3 duurzame gegevensdrager]3 in kennis gesteld van een wijziging van de debetrentevoet door middel van een wijziging van de periodieke rentevoet voordat de wijziging van kracht wordt. Daarbij wordt ook, desgevallend, het bedrag van de na de inwerkingtreding van de nieuwe periodieke rentevoet en debetrentevoet te verrichten betalingen vermeld evenals bijzonderheden betreffende een eventuele verandering in het aantal of de frequentie van de betalingen. In voorkomend geval moet bij die mededeling kosteloos een nieuw aflossingsplan worden gevoegd waarin de gegevens bedoeld in artikel VII.134, § 3, 4°, zijn opgenomen voor de overblijvende looptijd.
  De partijen kunnen echter in de kredietovereenkomst overeenkomen dat de in het vorige lid bedoelde informatie periodiek aan de consument wordt verstrekt indien de wijziging van de periodieke rentevoet en de debetrentevoet het gevolg is van een wijziging van een referte-index en het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwe referte-index en de informatie over de nieuwe referte-index ook beschikbaar is in de gebouwen van de kredietgever.
  § 7. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de nadere regels welke voor de toepassing van dit artikel nodig zijn.]1
  [5 § 8. Alvorens de voorwaarden van de kredietovereenkomst te wijzigen in het raam van de respijtmaatregelen bedoeld in artikel VII.147/20, § 1, deelt de kredietgever, op papier of op de in de kredietovereenkomst gespecificeerde duurzame gegevensdrager, de volgende informatie kosteloos aan de consument mee:
   1° een duidelijke beschrijving van de voorgestelde wijzigingen en van de nood aan toestemming van de consument of, in voorkomend geval, de wijzigingen die van rechtswege zijn ingevoerd;
   2° het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in de bepaling onder 1° bedoelde wijzigingen;
   3° de middelen waarover de consument beschikt om een klacht in te dienen met betrekking tot de in de bepaling onder 1° bedoelde wijzigingen;
   4° de termijn waarbinnen een dergelijke klacht kan worden ingediend;
   5° de naam en het adres van de bevoegde autoriteit waarbij de consument die klacht kan indienen.]5
  ----------
  (1)<W 2016-04-22/01, art. 24, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
  (2)<W 2017-04-18/03, art. 12, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
  (3)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
  (4)<W 2023-11-05/07, art. 19, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
  (5)<W 2024-12-20/49, art. 43, 139; Inwerkingtreding : 24-01-2025>

  
Bron: Justel