Artikel IV.44, WER
Art. IV.44.[1 § 1. De auditeur kan, na advies van de auditeur-adviseur, een klacht, verzoek of injunctie bij gemotiveerde beslissing seponeren:
1° ingeval hij tot het besluit komt dat de klacht, het verzoek of de injunctie, betreffende de [2 inbreuk op het mededingingsrecht]2 of de niet-naleving van een beslissing die er het voorwerp van is niet ontvankelijk, ongegrond of verjaard is;
2° [2 ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij verbindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de mogelijkheid voor de auditeur-generaal onverlet om het onderzoek opnieuw op te starten ten aanzien van die betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen;]2
3° [2 ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.]2
Een sepotbeslissing laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van [2 inbreuken op het mededingingsrecht]2 voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.
De auditeur geeft kennis van de sepotbeslissing aan de indiener van de klacht, het verzoek of de injunctie, alsmede aan de betrokken partijen. Hij vermeldt dat zij de documenten en gegevens uit het onderzoeksdossier waarop de auditeur steunt in zijn sepotbeslissing op het secretariaat kunnen raadplegen, tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen ontvangen en tegen de sepotbeslissing beroep kunnen instellen bij de voorzitter.
§ 2. Het beroep tegen sepotbeslissingen wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een gemotiveerd en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van artikel IV.90, § 5, tweede en derde lid.
§ 3. De voorzitter stelt het Mededingingscollege samen dat het beroep zal behandelen.
De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen, de klager, de verzoeker of injunctiegever schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. Hij spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.
In geval van een sepotbeslissing op grond van het prioriteitenbeleid of de beschikbare middelen kan de voorzitter van het Mededingingscollege, op vraag van de appellerende partij, en mits daartoe ernstige redenen worden aangevoerd, beslissen dat de auditeur zijn motivering dient te verduidelijken alvorens het Mededingingscollege uitspraak doet over het beroep.
Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege beslist de partijen te horen. Ingeval het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan de auditeur.
De beslissing van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor beroep.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 26, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
1° ingeval hij tot het besluit komt dat de klacht, het verzoek of de injunctie, betreffende de [2 inbreuk op het mededingingsrecht]2 of de niet-naleving van een beslissing die er het voorwerp van is niet ontvankelijk, ongegrond of verjaard is;
2° [2 ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij verbindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de mogelijkheid voor de auditeur-generaal onverlet om het onderzoek opnieuw op te starten ten aanzien van die betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen;]2
3° [2 ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.]2
Een sepotbeslissing laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van [2 inbreuken op het mededingingsrecht]2 voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.
De auditeur geeft kennis van de sepotbeslissing aan de indiener van de klacht, het verzoek of de injunctie, alsmede aan de betrokken partijen. Hij vermeldt dat zij de documenten en gegevens uit het onderzoeksdossier waarop de auditeur steunt in zijn sepotbeslissing op het secretariaat kunnen raadplegen, tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen ontvangen en tegen de sepotbeslissing beroep kunnen instellen bij de voorzitter.
§ 2. Het beroep tegen sepotbeslissingen wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een gemotiveerd en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van artikel IV.90, § 5, tweede en derde lid.
§ 3. De voorzitter stelt het Mededingingscollege samen dat het beroep zal behandelen.
De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen, de klager, de verzoeker of injunctiegever schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. Hij spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.
In geval van een sepotbeslissing op grond van het prioriteitenbeleid of de beschikbare middelen kan de voorzitter van het Mededingingscollege, op vraag van de appellerende partij, en mits daartoe ernstige redenen worden aangevoerd, beslissen dat de auditeur zijn motivering dient te verduidelijken alvorens het Mededingingscollege uitspraak doet over het beroep.
Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege beslist de partijen te horen. Ingeval het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan de auditeur.
De beslissing van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor beroep.]1
----------
(1)<W 2019-05-02/34, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 26, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
