Artikel VII.59/6, WER

Art. VII.59/6.[1 § 1. [2 De kredietinstelling weigert de aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten bedoeld in artikel VII.59/4, § 1, indien ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:
   1° de weigering is in overeenstemming met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
   2° een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding, of in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk of valsheid in geschrifte;
   3° de onderneming of de diplomatieke zending heeft onjuiste informatie verstrekt in antwoord op de vragen van de kredietinstelling in het kader van haar waakzaamheidsplicht krachtens de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.]2
   De kredietinstelling kan de aanvraag weigeren indien de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 in België of in een andere lidstaat een andere betaalrekening heeft waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten, behalve als zij aan de hand van concrete bewijsstukken aantoont dat zij daarmee de voor haar professionele activiteit noodzakelijke diensten niet verkrijgt.
   Er wordt geen rekening gehouden met die andere betaalrekening als de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 aan de hand van concrete bewijsstukken aantoont ervan in kennis te zijn gesteld dat deze zal worden opgezegd.
   De kredietinstelling kan de aanvraag eveneens weigeren indien de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 haar betaalrekeningen zelf heeft opgezegd met het oogmerk om gebruik te kunnen maken van de basisbankdienst.
   § 2. De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid kan de basisbankdienst opzeggen indien ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:
   1° een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, of de onderneming heeft de betaalrekening in het kader van de basisbankdienst misbruikt voor illegale doeleinden;
   2° er heeft gedurende meer dan twaalf opeenvolgende maanden op de desbetreffende betaalrekening in het kader van de basisbankdienst geen betalingstransactie plaatsgevonden;
   3° de onderneming [2 of de diplomatieke zending]2 heeft onjuiste informatie verstrekt om de basisbankdienst te verkrijgen of in antwoord op de vragen van de kredietinstelling in het kader van haar waakzaamheidsplicht krachtens de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
   4° [3 de onderneming of de diplomatieke zending heeft een andere betaalrekening geopend bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte;]3
   5° de opzegging is in overeenstemming met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
   Onverminderd andere wettelijke bepalingen of andere instructies of aanbevelingen van enige overheidsinstantie, neemt de kredietinstelling die het raamcontract beëindigt, een opzegtermijn van ten minste twee maanden in acht. In afwijking, in de gevallen van beëindiging bedoeld in het eerste lid, in de bepaling onder 1°, 3° of 5°, gaat de beëindiging onmiddellijk in.
   De beslissing tot opzegging gebeurt schriftelijk en kosteloos. Deze omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met [2 artikel 55 van]2 de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
  [4 Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.]4
   § 3. De basisbankdienst-aanbieder, aangewezen overeenkomstig artikel VII.59/4, § 3, vijfde lid, kan de basisbankdienst weigeren indien ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
   1° een lid van het wettelijke bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, een lid van het directiecomité, is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk of valsheid in geschrifte;
   2° [3 de onderneming of de diplomatieke zending heeft na haar aanvraag een andere betaalrekening bij een kredietinstelling naar Belgisch recht of een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat geopend waarmee zij gebruik kan maken van de in artikel VII.59/4, § 1, vermelde betalingsdiensten. De onderneming of de diplomatieke zending brengt de kredietinstelling bij wie zij een basisbankdienst heeft aangegaan daarvan onverwijld op de hoogte.]3
   De beslissing tot weigering gebeurt schriftelijk en kosteloos. Deze omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met [2 artikel 55 van]2 de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.]1
  [4 Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.]4
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-11-08/04, art. 6, 098; Inwerkingtreding : 01-05-2021>
  (2)<W 2022-09-25/14, art. 15, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
  (3)<W 2023-11-05/07, art. 15, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
  (4)<W 2024-05-03/21, art. 14, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>

  
Bron: Justel