Artikel XI.244, WER
Art. XI.244.[1 Na raadpleging van de Gemeenschappen, de instellingen en [2 beheersvennootschappen]2 bepaalt de Koning het bedrag van de in artikel XI.243 bedoelde vergoedingen.
De Koning kan het bedrag van de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding bepalen, o.a. in functie van :
1° het volume van de collectie van de uitleeninstelling; en/of
2° het aantal uitleningen per instelling.
Deze vergoedingen worden geïnd door de [2 eheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding beheren]2.
De Koning kan, overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en nadere regels, [2 een beheersvennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die in België de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding beheren]2, belasten met de inning en de verdeling van de vergoedingen voor openbare uitlening.
Na raadpleging van de Gemeenschappen en, in voorkomend geval, op hun initiatief, bepaalt de Koning voor sommige categorieën van instellingen die door de overheid zijn erkend of opgericht, een vrijstelling of een forfaitair vastgesteld bedrag per uitlening bij de vaststelling van de vergoedingen bedoeld in artikel XI.243.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2017-06-08/13, art. 17, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
De Koning kan het bedrag van de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding bepalen, o.a. in functie van :
1° het volume van de collectie van de uitleeninstelling; en/of
2° het aantal uitleningen per instelling.
Deze vergoedingen worden geïnd door de [2 eheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding beheren]2.
De Koning kan, overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en nadere regels, [2 een beheersvennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die in België de in artikel XI.243 bedoelde vergoeding beheren]2, belasten met de inning en de verdeling van de vergoedingen voor openbare uitlening.
Na raadpleging van de Gemeenschappen en, in voorkomend geval, op hun initiatief, bepaalt de Koning voor sommige categorieën van instellingen die door de overheid zijn erkend of opgericht, een vrijstelling of een forfaitair vastgesteld bedrag per uitlening bij de vaststelling van de vergoedingen bedoeld in artikel XI.243.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2017-06-08/13, art. 17, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Bron: Justel
