Artikel XV.66/10, WER
Art. XV.66/10. [1 Elke aanbieder van databemiddelingsdiensten of organisatie voor data-altruïsme die veroordeeld is tot een administratieve sanctie als bedoeld in artikel XV.66/8, §§ 3 en/of 4, kan beroep aantekenen bij de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.66/8, § 2. Het beroep wordt op straffe van verval binnen dertig dagen na kennisgeving van de beslissing per aangetekende zending bij de betrokken ambtenaren ingesteld.
De bevoegde ambtenaren horen, op hun verzoek, de appellant of zijn raadsman.
De bevoegde ambtenaren bevestigen of herzien de in eerste aanleg genomen beslissing en betekenen de beslissing binnen twee maanden na de datum van verzending van het beroep. Deze termijn wordt met een maand verlengd te rekenen vanaf de datum waarop de partijen zijn gehoord, als de partijen verzoeken te worden gehoord.
Als de bevoegde ambtenaren een beslissing nemen, bevat deze de in artikel XV.66/9, § 2, opgesomde elementen, met uitzondering van 8°, dat vervangen wordt door de bepalingen van artikel XV.60/15 betreffende het beroep tegen de beslissing bij de Raad van State.
Bij gebrek aan een beslissing over het beroep binnen de in het derde lid voorgeschreven termijn, wordt de beslissing waartegen beroep werd aangetekend, geacht nooit te hebben bestaan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 30, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
De bevoegde ambtenaren horen, op hun verzoek, de appellant of zijn raadsman.
De bevoegde ambtenaren bevestigen of herzien de in eerste aanleg genomen beslissing en betekenen de beslissing binnen twee maanden na de datum van verzending van het beroep. Deze termijn wordt met een maand verlengd te rekenen vanaf de datum waarop de partijen zijn gehoord, als de partijen verzoeken te worden gehoord.
Als de bevoegde ambtenaren een beslissing nemen, bevat deze de in artikel XV.66/9, § 2, opgesomde elementen, met uitzondering van 8°, dat vervangen wordt door de bepalingen van artikel XV.60/15 betreffende het beroep tegen de beslissing bij de Raad van State.
Bij gebrek aan een beslissing over het beroep binnen de in het derde lid voorgeschreven termijn, wordt de beslissing waartegen beroep werd aangetekend, geacht nooit te hebben bestaan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/13, art. 30, 137; Inwerkingtreding : 01-10-2024>
Bron: Justel
