Artikel III.25, WER

Art. III.25.[1 Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van [3 inschrijvingsplichtige ondernemingen]3 dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden.
  [4 Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één betaalrekening waarvan de inschrijvingsplichtige onderneming houdster is bij een kredietinstelling gevestigd in de Europese Economische Ruimte en waarop de Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG van toepassing is.]4
  De voor de uitoefening van [3 de economische activiteit van de inschrijvingsplichtige onderneming]3 gebruikte [3 ...]3 marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening [3 van ambulante activiteiten]3, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer dragen, wijzigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 170, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (3)<W 2018-04-15/14, art. 58, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  (4)<W 2022-09-25/14, art. 3, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>

  
Bron: Justel