Artikel XI.225, WER
Art. XI.225.[1 § 1. [4 Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de doorgifte via de kabel en/of de doorgifte toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen [5 of in licentie heeft gegeven,]5 aan een producent van een audiovisueel werk, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel en/of voor de doorgifte.]4
§ 2. Het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel [4 en/of voor de doorgifte]4, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.
§ 3. Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 die auteurs vertegenwoordigen.
Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.
§ 4. [3 ...]3
§ 5. Zolang het uniek platform, [3 bedoeld in artikel XI.228/1 niet opgericht is]3, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 rechtstreeks van de [4 exploitanten van doorgiftediensten via de kabel en/of de exploitanten van doorgiftediensten]4 gevorderd worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2017-06-08/13, art. 9, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
(3)<W 2018-11-25/03, art. 6, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(4)<W 2022-04-01/04, art. 9, 105; Inwerkingtreding : 01-05-2022>
(5)<W 2024-02-09/19, art. 36, 129; Inwerkingtreding : 21-03-2024>
§ 2. Het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel [4 en/of voor de doorgifte]4, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.
§ 3. Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 die auteurs vertegenwoordigen.
Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.
§ 4. [3 ...]3
§ 5. Zolang het uniek platform, [3 bedoeld in artikel XI.228/1 niet opgericht is]3, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de [2 beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties]2 rechtstreeks van de [4 exploitanten van doorgiftediensten via de kabel en/of de exploitanten van doorgiftediensten]4 gevorderd worden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 3, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2017-06-08/13, art. 9, 049; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
(3)<W 2018-11-25/03, art. 6, 076; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
(4)<W 2022-04-01/04, art. 9, 105; Inwerkingtreding : 01-05-2022>
(5)<W 2024-02-09/19, art. 36, 129; Inwerkingtreding : 21-03-2024>
Bron: Justel
