Artikel VII.216/44, WER
Art. VII.216/44. [1 De houder kan zijn recht van regres op de endossanten, de trekker en de andere wisselschuldenaars uitoefenen :
1° op de vervaldag :
indien de betaling niet heeft plaatsgehad;
2° zelfs vóór de vervaldag :
a) indien de acceptatie geheel of gedeeltelijk is geweigerd;
b) wanneer de betrokkene, al dan niet acceptant, of de trekker van een niet voor acceptatie vatbare wisselbrief in een toestand verkeert van staking van betaling of van kennelijk onvermogen.
Het onder b) hiervoren bepaalde ontneemt aan de garanten van de wisselbrief niet de bevoegdheid om door borgstelling uitsteltermijnen te bekomen, die in geen geval de vervaldag van de wisselbrief mogen overschrijden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 117, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
1° op de vervaldag :
indien de betaling niet heeft plaatsgehad;
2° zelfs vóór de vervaldag :
a) indien de acceptatie geheel of gedeeltelijk is geweigerd;
b) wanneer de betrokkene, al dan niet acceptant, of de trekker van een niet voor acceptatie vatbare wisselbrief in een toestand verkeert van staking van betaling of van kennelijk onvermogen.
Het onder b) hiervoren bepaalde ontneemt aan de garanten van de wisselbrief niet de bevoegdheid om door borgstelling uitsteltermijnen te bekomen, die in geen geval de vervaldag van de wisselbrief mogen overschrijden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 117, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
Bron: Justel
