Artikel IV.40/6, WER
Art. IV.40/6. [1 Het bewijsmateriaal dat bij de Belgische Mededingingsautoriteit toelaatbaar is, omvat documenten, mondelinge verklaringen, elektronische berichten, opnames en enige andere informatie bevattende voorwerpen, ongeacht de vorm ervan en het medium waarop informatie is opgeslagen.
Tot de niet-toelaatbaarheid van een onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:
1° de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;
2° de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;
3° het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-02-28/02, art. 1, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Tot de niet-toelaatbaarheid van een onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:
1° de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;
2° de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;
3° het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-02-28/02, art. 1, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
