Artikel VII.216/83, WER

Art. VII.216/83. [1 De houder heeft tegenover de schuldeisers van de trekker een bevoorrechte schuldvordering op het fonds dat in handen van de betrokkenen is bij de opeisbaarheid van de wisselbrief, onverminderd de toepassing van artikel XX.111.
   Indien verscheidene wisselbrieven door een zelfde trekker op een zelfde persoon zijn getrokken, en het fonds dat de betrokkene in handen heeft, ontoereikend is om ze alle te kwijten, worden zij op de volgende wijze betaald.
   Indien het fonds een zekere en bepaalde zaak is, worden de wisselbrieven tot de betaling waarvan het fonds in het bijzonder was bestemd, vóór alle andere betaald, onverminderd evenwel de rechten die aan de betrokkene door vroegere acceptaties mochten zijn toegekend.
   Bij gebreke van een bijzondere bestemming, worden de geaccepteerde wisselbrieven betaald bij voorrang boven de niet geaccepteerde.
   Indien het fonds is bezorgd in vervangbare zaken, hebben de geaccepteerde wisselbrieven voorrang boven de niet geaccepteerde.
   Komen verscheidene geaccepteerde of verscheidene niet-geaccepteerde wisselbrieven gelijktijdig in aanmerking, dan worden zij ponds- pondsgewijs betaald.
   Alles met dien verstande dat de betrokkene die niet in staat van faillissement verkeert, in geval van acceptatie zijn persoonlijke verbintenissen moet nakomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-15/14, art. 140, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  

  
Bron: Justel