Artikel XIII.22, WER
Art. XIII.22. [1 De weddeschalen van de secretaris en van de personeelsleden worden gelijkgesteld met die van de leden van het personeel van de Staat met gelijkwaardige functies en benamingen. Zij zijn aan het regime van de sociale zekerheid onderworpen, behalve de leden op wie de pensioenregeling, ingesteld door de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, van toepassing verklaard werd door de Koning.
De bepalingen betreffende de cumul bij de openbare besturen worden insgelijks toegepast.
Het is de secretaris en de personeelsleden verboden enige functie uit te oefenen in de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven of de bijzondere raadgevende commissies.
De titularissen van functies die de kennis medebrengen van inlichtingen van individuele aard, leggen in handen van de minister bevoegd voor economische aangelegenheden, of van zijn afgevaardigde, de door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 voorziene eed af.
Zij leggen insgelijks de volgende eed af : "Ik zweer geen enkel particulier belang te begunstigen of te schaden, geen enkele inlichting van persoonlijke aard waarvan ik wegens mijn functies in kennis werd gesteld ruchtbaar te maken, zonder wettelijke machtiging of zonder instemming van de belanghebbende personen".]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
De bepalingen betreffende de cumul bij de openbare besturen worden insgelijks toegepast.
Het is de secretaris en de personeelsleden verboden enige functie uit te oefenen in de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven of de bijzondere raadgevende commissies.
De titularissen van functies die de kennis medebrengen van inlichtingen van individuele aard, leggen in handen van de minister bevoegd voor economische aangelegenheden, of van zijn afgevaardigde, de door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 voorziene eed af.
Zij leggen insgelijks de volgende eed af : "Ik zweer geen enkel particulier belang te begunstigen of te schaden, geen enkele inlichting van persoonlijke aard waarvan ik wegens mijn functies in kennis werd gesteld ruchtbaar te maken, zonder wettelijke machtiging of zonder instemming van de belanghebbende personen".]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/44, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 30-04-2014>
Bron: Justel
