Artikel XV.130, WER
Art. XV.130.[1 In geval van veroordeling voor een inbreuk [2 op artikelen XV.103, XV.112, XV.107 tot XV.109, en]2 op Boeken VIII en IX zijn, onverminderd de toepassing van de artikelen 42 tot en met 43quater van het Strafwetboek, de hoven en rechtbanken ertoe gemachtigd de verbeurdverklaring uit te spreken, zelfs wanneer de eigenaar van het voorwerp van de inbreuk een derde persoon is.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 tot en met 43quater van het Strafwetboek zijn zij er eveneens toe gemachtigd de verbeurdverklaring uit te spreken van de productie-, verwerkings-, verdelings- of vervoermiddelen of om het even welk voorwerp, zelfs wanneer zij eigendom zijn van een derde, die bestemd zijn of gediend hebben om de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken voort te brengen, te fabriceren, te verwerken, te verdelen of te vervoeren alsook de middelen die nodig zijn om de diensten te verrichten.
Als het voorwerp van de vordering tot verbeurdverklaring eigendom is van een derde, wordt de derde in het geding betrokken en de verbeurdverklaring wordt niet uitgesproken of wordt ongedaan gemaakt als geen bewijs wordt geleverd van diens kwade trouw.
De hoven en rechtbanken kunnen daarenboven de verbeurdverklaring uitspreken van de onrechtmatig gemaakte winsten gerealiseerd met de inbreuk.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2013-11-20/02, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 6)>
(2)<W 2014-04-19/60, art. 16, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 tot en met 43quater van het Strafwetboek zijn zij er eveneens toe gemachtigd de verbeurdverklaring uit te spreken van de productie-, verwerkings-, verdelings- of vervoermiddelen of om het even welk voorwerp, zelfs wanneer zij eigendom zijn van een derde, die bestemd zijn of gediend hebben om de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken voort te brengen, te fabriceren, te verwerken, te verdelen of te vervoeren alsook de middelen die nodig zijn om de diensten te verrichten.
Als het voorwerp van de vordering tot verbeurdverklaring eigendom is van een derde, wordt de derde in het geding betrokken en de verbeurdverklaring wordt niet uitgesproken of wordt ongedaan gemaakt als geen bewijs wordt geleverd van diens kwade trouw.
De hoven en rechtbanken kunnen daarenboven de verbeurdverklaring uitspreken van de onrechtmatig gemaakte winsten gerealiseerd met de inbreuk.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2013-11-20/02, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 6)>
(2)<W 2014-04-19/60, art. 16, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Bron: Justel
