Artikel XV.30/1, WER
Art. XV.30/1.[1 § 1. De procureur des Konings beveelt de vernietiging van de goederen die met toepassing van artikel XV.23 in beslag werden genomen wanneer dit in het belang van de openbare veiligheid is vereist of indien de bewaring of de opslag ervan een gevaar kan betekenen voor de openbare orde of problematisch kan zijn door de aard of hoeveelheid ervan of door de manier waarop ze zijn opgeslagen, indien geen derde die beweert recht op deze goederen te hebben, binnen een termijn van één maand te rekenen van de datum van het beslag, enige terugvordering heeft geformuleerd. Voor de toepassing van dit lid, geldt een termijn van vijftien dagen voor de vernietiging van de bederfbare goederen of goederen die een beperkte houdbaarheid hebben.
De eigenaar of de houder van de goederen die in beslag werden genomen, of de houder van het intellectuele eigendomsrecht waarop een inbreuk wordt aangevoerd, kunnen op vordering van de procureur des Konings worden verzocht de goederen zelf te vernietigen.
[2 ...]2
De kosten voor de vernietiging van de goederen die met toepassing van de eerste [2 twee]2 leden worden bevolen, worden door de eigenaar van de goederen gedragen. Indien deze onbekend of onvermogend is, zijn de houder van de goederen, de geadresseerde van de goederen en de houder van het recht hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de modaliteiten vaststellen voor de procedure van terugvordering van de kosten.
De procureur des Konings kan, in afwijking van het eerste lid, inzoverre de houder van het recht hierdoor geen schade lijdt, besluiten een andere bestemming te geven aan de goederen, en de vervreemdingsprocedure bedoeld in artikel 28octies, § 1, 1°, van het Wetboek van strafvordering bevelen. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de modaliteiten vaststellen voor de toepasbaarheid van deze vervreemdingsprocedure. Deze procedure kan geen aanleiding geven tot kosten voor de Schatkist.
Telkens als vernietiging of vervreemding moet plaats hebben, wordt vooraf een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de te vernietigen of de te vervreemden voorwerpen opgemaakt, en wordt een monster daarvan genomen.
[3 § 1/1. Wanneer er binnen een procedure van administratieve vervolging zoals bedoeld in artikel XV.60/1, § 1, 2°, werd vastgesteld dat goederen die in uitvoering van artikel XV.5 of XV.23 in beslag werden genomen een inbreuk uitmaken op artikel XV.103 en niet is overgegaan tot een klassering zonder gevolg, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 het openbaar ministerie hiervan op de hoogte binnen een termijn van dertig dagen na verloop van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15. Het openbaar ministerie beveelt binnen zestig dagen na ontvangst van deze kennisgeving de vernietiging van de goederen op de wijze bedoeld in artikel XV.25/3 of de teruggave aan de eigenaar, houder of geadresseerde.]3
§ 2. De kosten voor de bewaring van de in beslag genomen goederen worden door de eigenaar van de goederen gedragen. Indien deze onbekend of onvermogend is, zijn de houder van de goederen, de geadresseerde van de goederen en de houder van het recht hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten. De Koning kan de modaliteiten vaststellen voor de procedure van terugvordering van de kosten.
De eigenaar of de houder van de goederen die in beslag werden genomen, de houder van het intellectuele eigendomsrecht waarop een inbreuk wordt aangevoerd of iedere derde die beweert recht op deze goederen te hebben in toepassing van paragraaf 1, eerste lid, kunnen op vordering van de procureur des Konings tot gerechtelijke bewaarder van deze goederen worden aangesteld.
§ 3. Tijdens het onderzoek en voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2, beschikt de onderzoeksrechter over dezelfde bevoegdheden als de procureur des Konings.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 6, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-07-30/47, art. 33, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
(3)<W 2024-05-03/21, art. 30, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
De eigenaar of de houder van de goederen die in beslag werden genomen, of de houder van het intellectuele eigendomsrecht waarop een inbreuk wordt aangevoerd, kunnen op vordering van de procureur des Konings worden verzocht de goederen zelf te vernietigen.
[2 ...]2
De kosten voor de vernietiging van de goederen die met toepassing van de eerste [2 twee]2 leden worden bevolen, worden door de eigenaar van de goederen gedragen. Indien deze onbekend of onvermogend is, zijn de houder van de goederen, de geadresseerde van de goederen en de houder van het recht hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de modaliteiten vaststellen voor de procedure van terugvordering van de kosten.
De procureur des Konings kan, in afwijking van het eerste lid, inzoverre de houder van het recht hierdoor geen schade lijdt, besluiten een andere bestemming te geven aan de goederen, en de vervreemdingsprocedure bedoeld in artikel 28octies, § 1, 1°, van het Wetboek van strafvordering bevelen. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, de modaliteiten vaststellen voor de toepasbaarheid van deze vervreemdingsprocedure. Deze procedure kan geen aanleiding geven tot kosten voor de Schatkist.
Telkens als vernietiging of vervreemding moet plaats hebben, wordt vooraf een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de te vernietigen of de te vervreemden voorwerpen opgemaakt, en wordt een monster daarvan genomen.
[3 § 1/1. Wanneer er binnen een procedure van administratieve vervolging zoals bedoeld in artikel XV.60/1, § 1, 2°, werd vastgesteld dat goederen die in uitvoering van artikel XV.5 of XV.23 in beslag werden genomen een inbreuk uitmaken op artikel XV.103 en niet is overgegaan tot een klassering zonder gevolg, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 het openbaar ministerie hiervan op de hoogte binnen een termijn van dertig dagen na verloop van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15. Het openbaar ministerie beveelt binnen zestig dagen na ontvangst van deze kennisgeving de vernietiging van de goederen op de wijze bedoeld in artikel XV.25/3 of de teruggave aan de eigenaar, houder of geadresseerde.]3
§ 2. De kosten voor de bewaring van de in beslag genomen goederen worden door de eigenaar van de goederen gedragen. Indien deze onbekend of onvermogend is, zijn de houder van de goederen, de geadresseerde van de goederen en de houder van het recht hoofdelijk gehouden tot het dragen van de kosten. De Koning kan de modaliteiten vaststellen voor de procedure van terugvordering van de kosten.
De eigenaar of de houder van de goederen die in beslag werden genomen, de houder van het intellectuele eigendomsrecht waarop een inbreuk wordt aangevoerd of iedere derde die beweert recht op deze goederen te hebben in toepassing van paragraaf 1, eerste lid, kunnen op vordering van de procureur des Konings tot gerechtelijke bewaarder van deze goederen worden aangesteld.
§ 3. Tijdens het onderzoek en voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2, beschikt de onderzoeksrechter over dezelfde bevoegdheden als de procureur des Konings.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 6, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<W 2018-07-30/47, art. 33, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
(3)<W 2024-05-03/21, art. 30, 135; Inwerkingtreding : 10-06-2024>
Bron: Justel
