Artikel XI.318/8, WER
Art. XI.318/8. [1 De Koning bepaalt, per categorie van technisch soortgelijke apparaten en dragers die Hij definieert, of deze kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven en bepaalt de nadere regels met betrekking tot de inning en de verdeling van en de controle op de vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is.
De Koning kan, op een specifieke lijst, de categorieën van technisch soortgelijke apparaten en dragers vaststellen die niet kennelijk worden gebruikt voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven en die niet onderworpen zijn aan de vergoeding van de uitgevers voor het kopiëren voor eigen gebruik van hun uitgaven.
De computers of categorieën van computers zoals deze door de Koning worden gedefinieerd, kunnen slechts bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad onderworpen worden aan de vergoeding of ingeschreven worden in de specifieke lijst zoals bedoeld in het tweede lid.
Op hetzelfde moment dat Hij het statuut van de apparaten en dragers vaststelt, stelt de Koning bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in artikel XI.318/7 bedoelde vergoeding vast.
Deze vergoeding wordt vastgesteld per categorie van technisch soortgelijke apparaten en dragers.
Een apparaat dat kennelijk gebruikt wordt voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven en dat op voortdurende wijze een drager incorporeert, is slechts aan een enkele vergoeding onderworpen.
Bij het vaststellen van deze vergoeding wordt onder andere rekening gehouden met het al dan niet toepassen van de in artikel I.13, 7°, XI.291 en XV.69 bedoelde technische voorzieningen op de betrokken uitgaven.
Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.
Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.
Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.
Het gebrek aan gebruik van technische voorzieningen kan geen afbreuk doen aan het recht op vergoeding zoals gedefinieerd in artikel XI.318/7.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/23, art. 4, 079; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
De Koning kan, op een specifieke lijst, de categorieën van technisch soortgelijke apparaten en dragers vaststellen die niet kennelijk worden gebruikt voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven en die niet onderworpen zijn aan de vergoeding van de uitgevers voor het kopiëren voor eigen gebruik van hun uitgaven.
De computers of categorieën van computers zoals deze door de Koning worden gedefinieerd, kunnen slechts bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad onderworpen worden aan de vergoeding of ingeschreven worden in de specifieke lijst zoals bedoeld in het tweede lid.
Op hetzelfde moment dat Hij het statuut van de apparaten en dragers vaststelt, stelt de Koning bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in artikel XI.318/7 bedoelde vergoeding vast.
Deze vergoeding wordt vastgesteld per categorie van technisch soortgelijke apparaten en dragers.
Een apparaat dat kennelijk gebruikt wordt voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven en dat op voortdurende wijze een drager incorporeert, is slechts aan een enkele vergoeding onderworpen.
Bij het vaststellen van deze vergoeding wordt onder andere rekening gehouden met het al dan niet toepassen van de in artikel I.13, 7°, XI.291 en XV.69 bedoelde technische voorzieningen op de betrokken uitgaven.
Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.
Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.
Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.
Het gebrek aan gebruik van technische voorzieningen kan geen afbreuk doen aan het recht op vergoeding zoals gedefinieerd in artikel XI.318/7.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/23, art. 4, 079; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
Bron: Justel
