Artikel XI.218/2, WER
Art. XI.218/2. [1 § 1. Behoudens in het geval bedoeld in paragraaf 2, kan de uitvoerende kunstenaar, de producent, de omroeporganisatie van een prestatie of de persuitgever zich niet verzetten tegen de reproductie of mededeling aan het publiek voor niet-commerciële doeleinden door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, van een prestatie of perspublicatie die niet of niet meer in de handel is en die permanent deel uitmaakt van hun collecties, op voorwaarde dat:
1° de overeenkomstig artikel XI.245/7/2, § 2, aangeduide representatieve beheersvennootschap niet is aangeduid voor de betrokken rechten;
2° de prestaties en perspublicaties beschikbaar worden gesteld op niet-commerciële websites; en
3° de bron en de naam van de uitvoerende kunstenaar, de producent, de omroeporganisatie, de persuitgever of elke andere identificeerbare rechthebbende worden vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt.
§ 2. Een uitvoerende kunstenaar, een producent, een omroeporganisatie of een persuitgever kan overeenkomstig artikel XI.245/7/3 te allen tijde, gemakkelijk en effectief, zijn werken uitsluiten van de rechten van reproductie en mededeling aan het publiek, bedoeld in paragraaf 1, hetzij in het algemeen, hetzij in specifieke gevallen, inclusief na het begin van het gebruik in kwestie door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed.
De Koning kan nadere regels bepalen inzake de wijze van uitoefening van de uitsluiting bedoeld in het eerste lid.
§ 3. Ten minste zes maanden voordat de reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, plaats heeft, moeten voornoemde instellingen, in een voor het publiek toegankelijke onlinedatabank, die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie wordt opgericht en beheerd, de volgende informatie kenbaar maken:
1° de identificatie van de prestaties en perspublicaties die niet of niet meer in de handel zijn; en
2° de mogelijkheid voor de uitvoerende kunstenaar, de producent, de omroeporganisatie of de persuitgever om zijn rechten uit te sluiten van deze uitzondering, overeenkomstig artikel XI.245/7/3.
De Koning kan nadere regels bepalen in verband met de in het eerste lid bedoelde kenbaarmaking, alsook aanvullende passende publiciteitsmaatregelen bepalen indien dit noodzakelijk blijkt voor de algemene bewustwording van de uitvoerende kunstenaars, de producenten, de omroeporganisaties of de persuitgevers.
§ 4. De voor het publiek toegankelijke bibliotheken of de voor het publiek toegankelijke musea, de archieven of de instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, elk voor de hen betreffende gegevensverwerkingen.
§ 5. De reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, worden geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de voornoemde instelling is gevestigd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/03, art. 47, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
1° de overeenkomstig artikel XI.245/7/2, § 2, aangeduide representatieve beheersvennootschap niet is aangeduid voor de betrokken rechten;
2° de prestaties en perspublicaties beschikbaar worden gesteld op niet-commerciële websites; en
3° de bron en de naam van de uitvoerende kunstenaar, de producent, de omroeporganisatie, de persuitgever of elke andere identificeerbare rechthebbende worden vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt.
§ 2. Een uitvoerende kunstenaar, een producent, een omroeporganisatie of een persuitgever kan overeenkomstig artikel XI.245/7/3 te allen tijde, gemakkelijk en effectief, zijn werken uitsluiten van de rechten van reproductie en mededeling aan het publiek, bedoeld in paragraaf 1, hetzij in het algemeen, hetzij in specifieke gevallen, inclusief na het begin van het gebruik in kwestie door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed.
De Koning kan nadere regels bepalen inzake de wijze van uitoefening van de uitsluiting bedoeld in het eerste lid.
§ 3. Ten minste zes maanden voordat de reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, plaats heeft, moeten voornoemde instellingen, in een voor het publiek toegankelijke onlinedatabank, die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie wordt opgericht en beheerd, de volgende informatie kenbaar maken:
1° de identificatie van de prestaties en perspublicaties die niet of niet meer in de handel zijn; en
2° de mogelijkheid voor de uitvoerende kunstenaar, de producent, de omroeporganisatie of de persuitgever om zijn rechten uit te sluiten van deze uitzondering, overeenkomstig artikel XI.245/7/3.
De Koning kan nadere regels bepalen in verband met de in het eerste lid bedoelde kenbaarmaking, alsook aanvullende passende publiciteitsmaatregelen bepalen indien dit noodzakelijk blijkt voor de algemene bewustwording van de uitvoerende kunstenaars, de producenten, de omroeporganisaties of de persuitgevers.
§ 4. De voor het publiek toegankelijke bibliotheken of de voor het publiek toegankelijke musea, de archieven of de instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, elk voor de hen betreffende gegevensverwerkingen.
§ 5. De reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, worden geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de voornoemde instelling is gevestigd.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/03, art. 47, 113; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
Bron: Justel
