Artikel VII.50, WER

Art. VII.50. [1 De betalingsdienstgebruiker herroept een betalingsopdracht niet meer zodra de betalingsdienstaanbieder van de betaler die heeft ontvangen, tenzij anders is bepaald in dit artikel.
  Ingeval de betalingstransactie door een betalingsinitiatiedienstaanbieder dan wel door of via een begunstigde wordt geïnitieerd, kan de betaler de betalingsopdracht niet herroepen nadat hij aan de betalingsinitiatiedienstaanbieder instemming heeft verleend om de betalingstransactie te initiëren, dan wel aan de begunstigde instemming heeft verleend om de betalingstransactie uit te voeren.
  In het geval van een domiciliëring en onverminderd de rechten inzake terugbetaling kan de betaler de betalingsopdracht evenwel herroepen, ten laatste aan het einde van de werkdag die voorafgaat aan de dag waarop de betaalrekening volgens afspraak wordt gedebiteerd.
  In het in artikel VII.48, § 2, bedoelde geval kan de betalingsdienstgebruiker een betalingsopdracht herroepen tot uiterlijk het einde van de werkdag die aan de overeengekomen dag voorafgaat.
  Na het verstrijken van de in het eerste tot vierde lid bedoelde termijnen kan de betalingsopdracht alleen worden herroepen indien zulks tussen de betalingsdienstgebruiker en de betrokken betalingsdienstaanbieders is overeengekomen.
  In de in tweede en derde lid bedoelde gevallen is ook het akkoord van de begunstigde vereist.
  Indien zulks in het raamcontract is overeengekomen, mag de betrokken betalingsdienstaanbieder voor de uitoefening van dit bijkomend herroepingsrecht kosten aanrekenen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-19/09, art. 10, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>

  
Bron: Justel