Artikel XV.125/2/2, WER

Art. XV.125/2/2. [1 Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die de bepalingen overtreden:
   1° van artikel XV.66/6, § 3, met betrekking tot de periode van schrapping gedurende dewelke er geen activiteit van minnelijke invordering mag worden uitgevoerd;
   2° van artikel XIX.5 met betrekking tot de verboden praktijken bij een minnelijke invordering van schulden van een consument;
   3° van artikel XIX.6, §§ 1 en 4, eerste lid, met betrekking tot de verplichting en voorwaarden van voorafgaande inschrijving bij de FOD Economie;
   4° van artikel XIX.7, § 1, met betrekking tot de verplichting tot voorafgaande controle ten laste van de schuldinvorderaar;
   5° van artikel XIX.7, § 2, met betrekking tot de verplichting tot ingebrekestelling voorafgaand aan enige handeling of maatregel van minnelijke invordering en de bijbehorende verplichte vermeldingen;
   6° van artikel XIX.8 met betrekking tot de verplichting tot naleving van de termijn alvorens de bedoelde bedragen worden geëist;
   7° van artikel XIX.9, §§ 1 tot 5, met betrekking tot de verplichting tot naleving van de verschillende bedoelde termijnen alvorens over te gaan enige andere handeling of maatregel van minnelijke invordering en de gevolgen van die termijnen;
   8° van artikel XIX.10 met betrekking tot de voorwaarden van een huisbezoek bij de consument;
   9° van artikel XIX.11 met betrekking tot de bevestiging van de overeengekomen betalingsmodaliteiten en tot het verbod van telefonische oproepen naar de consument;
   10° van artikel XIX.12 met betrekking tot de informatieverplichtingen ten laste van de schuldinvorderaar;
   11° van artikel XIX.13 met betrekking tot het verbod van de schuldinvorderaar om enig bedrag van de consument te eisen voor zijn tussenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-04/02, art. 12, 121; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
  

  
Bron: Justel