Artikel IV.79, WER
Art. IV.79.[1 § 1. [2 Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt zoals bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 2° of 2° /1, kan het aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen geldboeten opleggen van maximaal 10 % van hun omzet, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op het mededingingsrecht begaan. Bovendien kan het ter naleving van zijn beslissing dwangsommen opleggen aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, tot beloop van 5 % van de gemid-delde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen van de dag die het in de beslissing bepaalt.]2
[2 Bij het bepalen van het bedrag van de geldboete bedoeld in het eerste lid, houdt het Mededingingscollege rekening met zowel de ernst als de duur van de inbreuk op het mededingingsrecht.]2
Het Mededingingscollege kan de in het eerste lid bedoelde geldboeten en dwangsommen tevens opleggen:
1° in geval van heropening van de procedure bij toepassing van artikel IV.53, 2° of 3° ;
2° op verzoek van de auditeur, teneinde de in [2 artikel IV.40, § 2, eerste lid]2, bedoelde beslissing van de auditeur tot het eisen van inlichtingen te doen naleven; de dwangsom kan worden opgelegd in de loop van het onderzoek.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 mag de in paragraaf 1 bedoelde geldboete, wanneer de beslissing of de procedure betrekking heeft op misbruik van een positie van economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer bedragen 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, en beloopt de in paragraaf 1 bedoelde dwangsom tot 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag die door het Mededingingscollege wordt bepaald.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging, bedoeld in artikel IV.37, het boeteplafond verhogen.
Om de drie jaar gaat de Belgische Mededingingsautoriteit over tot een toetsing van het boeteplafond ten einde na te gaan of dit toelaat voldoende afschrikwekkende boetes op te leggen.
§ 3. Het Mededingingscollege kan, bij de vaststelling van de boete, de vergoeding van schade toegebracht door de inbreuk die het voorwerp is van de beslissing, en die ingevolge een [2 minnelijke schikking]2 is betaald voorafgaand aan de beslissing, als een verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen.
§ 4. Inbreuken op artikel IV.1, § 4, kunnen worden bestraft met een geldboete van 100 tot 10.000 euro.]1
----------
(1)<KB 2020-07-31/11, art. 4, 088; Inwerkingtreding : 22-08-2020>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 66, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
[2 Bij het bepalen van het bedrag van de geldboete bedoeld in het eerste lid, houdt het Mededingingscollege rekening met zowel de ernst als de duur van de inbreuk op het mededingingsrecht.]2
Het Mededingingscollege kan de in het eerste lid bedoelde geldboeten en dwangsommen tevens opleggen:
1° in geval van heropening van de procedure bij toepassing van artikel IV.53, 2° of 3° ;
2° op verzoek van de auditeur, teneinde de in [2 artikel IV.40, § 2, eerste lid]2, bedoelde beslissing van de auditeur tot het eisen van inlichtingen te doen naleven; de dwangsom kan worden opgelegd in de loop van het onderzoek.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 mag de in paragraaf 1 bedoelde geldboete, wanneer de beslissing of de procedure betrekking heeft op misbruik van een positie van economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer bedragen 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, en beloopt de in paragraaf 1 bedoelde dwangsom tot 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag die door het Mededingingscollege wordt bepaald.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging, bedoeld in artikel IV.37, het boeteplafond verhogen.
Om de drie jaar gaat de Belgische Mededingingsautoriteit over tot een toetsing van het boeteplafond ten einde na te gaan of dit toelaat voldoende afschrikwekkende boetes op te leggen.
§ 3. Het Mededingingscollege kan, bij de vaststelling van de boete, de vergoeding van schade toegebracht door de inbreuk die het voorwerp is van de beslissing, en die ingevolge een [2 minnelijke schikking]2 is betaald voorafgaand aan de beslissing, als een verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen.
§ 4. Inbreuken op artikel IV.1, § 4, kunnen worden bestraft met een geldboete van 100 tot 10.000 euro.]1
----------
(1)<KB 2020-07-31/11, art. 4, 088; Inwerkingtreding : 22-08-2020>
(2)<W 2022-02-28/02, art. 66, 104; Inwerkingtreding : 17-03-2022>
Bron: Justel
